Nog één keer naar de kerk….

“Syl, ze wil heel graag naar de Basiliek in Oudenbosch”. Mijn zus Janny appt me. Ze doelt op onze oudste zus Trudy. Ik had het al van mijn zwager gehoord. Maar het was er nog niet van gekomen. Maar ineens gaat het slechter met haar en allen beseffen we: “Het is nu of nooit”.  Het is zondagmiddag. Er is geen tijd te verliezen.

Ik heb visite en we babbelen over van alles en nog wat. Maar in de tussentijd draaien de molentjes in mijn brein. “Ik moet de Stichting Ambulancewens vragen. Een organist regelen. De Basiliek benaderen. En die drie samenbrengen. En wel nu…”

In dit soort situaties kan ik Mark Zuckerberg wel zoenen. Want via Facebook zoek ik contact met een oude Jeugdvriend die organist is en die ik ken uit mijn kerkelijk verleden. Via Messenger stuur ik hem een bericht. Of hij snel contact wil opnemen want ik heb een speciaal verzoek. Hij reageert binnen een uur. We bellen en hij zegt toe te zullen komen om te spelen. Voor we ophangen, vraag ik hem: “waar woon je eigenlijk”… :-).

Zondagavond vul ik het online aanvraagformulier in  voor de Stichting Ambulancewens. Trudy is niet meer in staat om zonder begeleiding op stap te gaan. Vervoer per ambulance is noodzakelijk. De Stichting Ambulancewens vervult de laatste wens van terminale patiënten. Ik schrijf dat Trudy zo graag nog naar de Basiliek in Oudenbosch wil gaan. Maar dat ik nog geen datum heb.

Maandagochtend bel ik de kerk. Ik leg de situatie uit en hoor aan de andere kant een lieve begripvolle stem. Natuurlijk kan dat. “Kan ze woensdag komen? Dan sluiten we de kerk om half vier, zodat ze de hele kerk voor haar alleen heeft.” Ik word stil. Tijdens het gesprek komt een ander gesprek binnen. Het blijkt de stichting Ambulancewens. Ik kan ze meteen melden dat de kerk op Woensdag ter beschikking staat. De Stichting Ambulancewens zegt dat dat kan en dat ze er zullen zijn.

“Ze doen het! Ze doen het” zeg ik tegen mijn visite en ik spring door de kamer.  “Oh, mooi” zegt hij. Ik bel Trudy om te vertellen dat ze woensdag naar de Basiliek gaat. Ze is blij. En ik vraag haar maar vast te bedenken welke liederen ze wil horen.

En dan wordt het woensdag. Zus Janny komt naar mij toe en wij rijden met de camper naar de Basiliek. Daar treffen we de gastheer van de Basiliek en even later komt de organist. 25 jaar geleden zag ik hem voor het laatst.

Janny gaat met organist Erik mee naar het orgel. Trudy en Rob weten niet dat ze er is. Maar ze heeft de taak om met mij in verbinding te staan via de whatsapp.

Trudy en Rob arriveren met de ambulance. In de kerk worden ze verwelkomd. Het is een emotioneel moment. Dan zet het orgel in. Trudy maakt een rondje door de kerk en staat met Rob stil bij de hoek van de “Onze Lieve Vrouw van de Altijd Durende Bijstand”.  Trudy noemt nog een lied dat in haar opkomt. Ik app het door naar “boven”. Ik bid ook. Dat er bereik is daar. Maar nog geen halve minuut later klinkt het lied. Ik krijg kippevel. Dan laat ik ze alleen en vraag ook aan de ambulancemensen even afstand te nemen zodat Trudy en Rob even echt alleen zijn. Het orgel speelt de ook voor mij zulke bekende liederen.

Ik zoek een plekje. Achter een pilaar. Niet te ver weg maar toch uit het zicht. En de tranen stromen me over de wangen bij het horen van de orgelmuziek terwijl ik zo dicht bij de pilaar zit dat ik zie dat het marmer geschilderd is. Maar dat deert me niet. Ik fraudeer ook nog wat door een verzoeknummer naar boven te appen dat van mezelf afkomstig is maar ik weet dat Trudy dat ook mooi vindt dus vind dat geoorloofd.

Dan rijden  Trudy en Rob naar het midden van de kerk. Ik app Janny. “Kijk eens over het randje”. Dan zien we heel ver weg Janny zwaaien. “Dat is Janny, mijn remote control”  zeg ik tegen Trudy die een diepe zucht slaakt.

P1020256

We wisselen nog even af en ik klim de trappen op naar het orgel. Om ook even naar beneden te kunnen zwaaien.

Dan wordt het tijd om af te ronden. De ambulancebroeder en –zuster komen haar ophalen. “Leuk, doen we nog een keer”. Zegt Trudy tegen ze. De ambulancebroeder is duidelijk even van zijn à propos maar Trudy stelt hem gerust. “Zullen we weer gaan” zegt ze. Zij en Rob zijn dankbaar en hebben genoten.

We zwaaien ze uit. Ze gaan terug naar de Hospice. Erik en Janny en ik hebben een kleine en warme afterparty in de camper die ik naast de kerk had geparkeerd. Met oliebollen en koffie. En we praten even 25 jaar bij.

Deze dag was onvergetelijk. Niet alleen voor Trudy en Rob. Maar ik heb ook de dag van mijn leven gehad. Wat kunnen mensen veel voor elkaar betekenen. De vrijwilligers van de Stichting Ambulancewens. De vrijwilligers van de Stichting Promotie Basiliek. En wat mooi dat vriendschap niet verjaart. “Het is een eer” zei Erik toen ik hem vroeg te komen spelen. En die komt dan op woensdagmiddag uit Amsterdam om orgel te spelen.

En dan, als de ambulance uit het zicht verdwijnt, ben ik dankbaar dat ik het vertrouwen heb dat Trudy en Rob daar in het Hospice (Hospice de Reiziger) met zorg en liefde worden opgevangen. Ook daar werken 123 vrijwilligers samen met medische professionals. Wat een rust dat ze daar is.

Gisteren was ik bij Trudy. “Je schrijft wel snel een blog he?” zegt ze. “Over woensdag”… “Doen hè, dan hoef ik niet zoveel te vertellen en kunnen ze je blog lezen… ”

“Ja” zeg ik…… 🙂

P1020254

Een warm welkom door de heer Telleman van de Stichting Promotie Basiliek

P1020255

Erik Winkel kan wel orgel spelen. En ik kon me ook niet voorstellen dat hij niet op het mooie orgel zou mogen spelen want via zijn bedrijf  Flentrop restaureert hij kerkorgels….

20181212_153921

P1020252

Zoek de camper

72885e82d2

Orgaandonatie na euthanasie…

“MSA is een smerige aandoening met een slechte prognose. Een veelkoppig monster en het verloop is dan ook  onvoorspelbaar.

Ik heb angst voor de aftakeling; doorvretend, onomkeerbaar en bijna alles omvattend. Er is niet tegen te vechten en niets aan te doen; MSA maakt de dienst uit en er is geen moment dat het monster je met rust laat.”….

“Ondanks de pijn, beperkingen en handicaps heb nog zeker wel lol in het leven. Ik heb echt geen haast. Toch ga ik er van uit dat er ergens in de toekomst er een moment zal komen dat ik er niet meer tegen kan en uit wil stappen. Als dat moment gekomen is zou ik je hulp zeer op prijs stellen. “….

“De lijst met symptomen wordt langer en wat er bij komt gaat nooit meer weg. Ook mijn kennis rond deze ziekte groeit en daarmee het inzicht dat het einde vaak ellendig is. Dat boezemt angst in.”…

In 2013, kort nadat hij de diagnose MSA (Multiple Systeem Atrofie) kreeg,  is Leo begonnen om elk jaar een brief te schrijven aan zijn huisarts waarin hij hem op voorhand vroeg hem te willen helpen als hij toe was aan euthanasie. “Verzoek om euthanasie” stond er steevast boven de brieven, van waaruit ik hierboven enkele citaten heb overgenomen. De brieven waren kort maar overduidelijk. In de beginjaren schreef hij dat hij nog kon genieten van dingen, maar ook beschreef hij in de typische overduidelijke Leostijl hoe de MSA zijn lijf sloopte.

Leo had een hele sterke band met zijn huisarts. Het was voor hem een enorme geruststelling dat deze had toegezegd hem te willen helpen als hij euthanasie zou willen.

Op een dag zei ik tegen Leo: “Het is wel jammer dat je dan geen orgaandonor kunt zijn, want in het geval van euthanasie overlijd je niet in het ziekenhuis… en voor orgaandonor moet je in het ziekenhuis overlijden”….. Het waren van die momenten dat je samen ineens stil voor je uit zit te kijken en dat bij ons beiden de radartjes gingen draaien.

“Nou”, zei Leo, “dan ga ik toch zeker naar het ziekenhuis?!”. Het klonk logisch.

“Het kan toch niet zo zijn dat je dan niet naar het ziekenhuis kunt daarvoor, want dat is juist makkelijk, kunnen ze het mooi plannen. De OK klaar zetten, en ook de ontvangers alvast inplannen, dat is veel beter te organiseren dan wachten op een ongeluk!”.  Leo, pragmatisch als altijd, zag het wel zitten.

Iets in mij zei dat het niet zo eenvoudig zou zijn. Dat bleek inderdaad nadat ik “orgaandonatie na euthanasie” had gegoogeld. Ik vond een richtlijn, opgesteld door een aantal universitaire ziekenhuizen voor orgaandonatie na euthanasie. En na wat verder zoeken, vond ik een blog van een medisch ethicus van het Erasmus Medisch Centrum waarin deze schreef hierover. Uit de blog bleek dat het in Nederland al een aantal keren had plaatsgevonden, maar hij belichtte (vooral) ook de medisch-ethische kanten van zo’n procedure. Maar…. Het was dus wél mogelijk.

“Zal ik hem bellen?” vroeg ik aan Leo, “zijn 06 staat  bij de blog”. “Ja, doe maar”.

Ik toetste het nummer en kreeg hem meteen aan de telefoon. Het zijn van die rare telefoontjes die je nooit vergeet. Want je wilt graag in een paar zinnen uitleggen wat de situatie is. En ondanks de wereld die er achter zit, stel  je in een minuut een organisatorische vraag voor over euthanasie in combinatie met orgaandonatie, als ware het een gesprekje over de te volgen route bij de aanvraag van een bouwvergunning. Dus ik vertelde de diagnose MSA, en dat Leo orgaandonor wilde zijn. En vroeg of Leo orgaandonor zou kunnen zijn op het moment dat hij euthanasie zou willen, waartoe zijn huisarts bereid was als de tijd daar was.

Het was een fijn gesprek. Hij was niet degene met wie e.e.a. op de rails zou moeten komen maar hij hielp ons verder met informatie. En onder de streep bleek dat het zou kunnen als aan een behoorlijk pak voorwaarden was voldaan. Ik had de telefoon op luidspreker gezet zodat Leo kon meeluisteren. En ik vergeet nooit zijn gezicht toen ik het gesprek had beëindigd. Hij keek blij.  “Dat bedoel ik!” zei hij triomfantelijk.  Voor mij was het zo fijn om te zien hoe Leo genoot van dit vooruitzicht alleen al.

En zo begon de volgende zoektocht. Want voor zo’n procedure moet de huisarts ook worden gevraagd. Die kan niet zomaar in het ziekenhuis “verrichtingen” doen. Dus daar komt wel een behoorlijke organisatie bij, ook om dat administratief juist te kunnen verantwoorden. De procedure is zowieso niet eenvoudig. Want ook in het ziekenhuis moet er na euthanasie een lijkschouwer zijn. Die moet de niet natuurlijke dood vaststellen, maar daar kan hij niet te lang over doen, want na de euthanasie moet de overledene direct naar de OK. Dat alles moet worden gecoördineerd door de transplantatiecoordinator van het ziekenhuis.

En zo,  toen we een bezoek hadden bij de huisarts, vroeg Leo of hij – als het moment dáár was – de euthanasie in het Erasmus wilde verlenen. We hadden inmiddels al zelf wel zitten zoeken of orgaandonatie na euthanasie bij MSA überhaupt mogelijk zou zijn maar dat leek geen belemmering te zijn (net zoals ALS, MS en Parkinson).

Maar dát, dat was voor de huisarts een mentale brug te ver. Die zei dat hij dat echt niet kon. In zo’n steriele, onbekende omgeving, via een administratief correcte doch toch nog wel enigszins gekunstelde constructie….

“Zo’n kans krijg je nooit meer” zei Leo, en ik weet het nog goed, in dat spreekkamertje. Ze moesten er allebei om lachen. Maar er was wederzijds respect voor elkaars wensen en grenzen… Maar wat ben ik blij dat die huisarts zijn grens heeft aangegeven. Want euthanasie verlenen, dat is op zich al verschrikkelijk moeilijk denk ik. Natuurlijk wil je mensen helpen, maar je zult het toch maar moeten doen. Daarom kon ik me heel goed voorstellen dat hij Leo niet op deze manier kon helpen. En zelfs dat moet ook moeilijk zijn geweest; omdat te moeten vertellen. Je zult maar huisarts zijn.

Maar ja. Onderweg naar huis in de auto waren we allebei weerstil. Het voelde als of we terug waren bij af. En weer gingen de radertjes draaien. Ik weet niet meer hoe we er op zijn gekomen, maar op een bepaald moment kregen we het idee om Leo zijn “probleem” neer te leggen bij de Levenseindekliniek. Immers, daar kun je een beroep op doen als je huisarts niet mee gaat in je wens voor euthanasie. Het aanvraagformuliertje was weerbarstig; want je kon alleen maar invullen dat je geen beroep kon doen op je huisarts voor euthanasie. Dat was wel het geval, alleen niet in het ziekenhuis….. Maar linksom-rechtsom hebben we toch contact gekregen met de Levenseindekliniek.

Het ging met Leo steeds slechter. Inmiddels was duidelijk dat Leo in de terminale fase was gekomen. En zo zaten er op een woensdagmorgen een verpleegkundige en een arts van de Levenseindekliniek bij ons aan tafel. Die gesprekken vergeet ik nooit meer.

En daarna is er nog een tweede gesprek gekomen. Aan de keukentafel.

De gesprekken waren begripvol en zorgvuldig, maar ook indringend en confronterend. Precaire zaken werden bij naam genoemd. Duidelijkheid voor alles. Maar Leo had daar geen moeite mee, die hield wel van duidelijkheid. Hoewel Leo moeilijk sprak zagen ze er erg op toe dat ik geen zinnen afmaakte van Leo. Ze namen alle tijd om alle woorden echt van hem te horen, met behulp ook van de spraakcomputer waar Leo langzaam op typte. En bij het eerste gesprek moest ik eerst even weg omdat ze Leo alleen wilden spreken. Ik ben toen Spits maar even uit gaan laten….. Maar ik zag dat Leo blij was. En daarmee ik ook. “Ik ben goedgekeurd!” zei Leo, toen ik de arts en verpleegkundige na het tweede gesprek had uitgezwaaid. “Ja, koffie?” vroeg ik.

Het punt was gekomen dat e.e.a. in gang gezet zou worden. Ze zouden contact opnemen met het Erasmus. En de transplantatiecoordinator. En de huisarts. En ook nog met een SCEN-arts uiteraard. Kortom, de trein ging rijden.

Leo was inmiddels steeds benauwder en slechter aan het worden. We hielden hem op de been met een hoestmachine, met een vernevelaar voor zijn longen, een uitzuigapparaat, morfinepleisters, pijnstillers.

Intussen moest ik erg schakelen. Ik was in al die jaren gewend aan het idee dat Leo mogelijk euthanasie zou krijgen. Dat vond ik al behoorlijk ingrijpend. Maar voor mij gold maar één ding. Dat was Leo’s wens. Maar ik was daarbij altijd uitgegaan van euthanasie hier thuis. Met zijn huisarts. Dat zou er dus wel even heel erg anders uit gaan zien. Ik had enorme bewondering voor Leo, die het belang van de orgaandonatie hoger stelde dan de warme band die hij had met zijn huisarts die hij zo niet zou kunnen ervaren in die laatste cruciale momenten.

Ik zat dan wel te denken hoe dat dan zou gaan; op de dag van de euthanasie. ‘s Morgens Leo zijn schoenen aantrekken en aankleden en dan naar het Erasmus rijden. In de hoop niet in de file te komen, want hij heeft een afspraak voor zijn euthanasie daar. Daar zag ik erg tegenop, maar zoals gezegd; er telde maar één ding en dat was de wens van Leo.

Tussendoor stuurde ik hem nog een linkje met een site met mensen die organen hebben ontvangen en daar hun dankbaarheid tonen. Maar toen ik vroeg of hij het gelezen had zei hij “Nee, heb ik niet gelezen en ga ik ook niet doen.”. Leo hoefde geen bevestiging van buitenaf. Hij had al jaren een donorcodicil. Hij vond gewoon dat dat vanzelfsprekend was.

Maar Leo overleed op 4 maart 2017, thuis. De dood heeft hem ingehaald. Hij heeft zijn plannetje niet kunnen uitvoeren. Dierbaren waren bij hem. Maar waar ik zielsgelukkig mee ben, is dat ook zijn huisarts er was. De huisarts heeft hem op een grootse wijze begeleid en ons ook. Gelukkig kon er nog communicatie zijn, hoe zwak ook, tussen de huisarts en Leo. Euthanasie was niet aan de orde; de dood “hoefde niet uitgenodigd te worden” zou Leo zeggen…. Die laatste uren waren loodzwaar maar ook konden we het uit handen geven.

Dit alles speelt in mijn hoofd bij de totstandkoming van de Donorwet. Inmiddels komt er ook meer aandacht voor orgaandonatie na Euthanasie. Maar je kunt je voorstellen dat er geen partij is die actief hiervoor wil werven. Omdat het een ingreep is die zeer complex is met betrekking tot regelgeving en omdat niemand de schijn wil wekken om organen aan het werven te zijn. Dat ligt allemaal zeer gevoelig. En dat is het ook. Ik zag dat er op de site van de Transplantatiestichting nu ook een richtlijn hierover is gepubliceerd.

Ik heb inmiddels ook gelezen dat er een huisarts is geweest die een patiënt met ALS thuis in slaap heeft gebracht, en met hulp van het ziekenhuis naar het ziekenhuis heeft gebracht alwaar na een euthanasie orgaandonatie heeft plaatsgevonden. Moedig.

Ik vind het zelf persoonlijk best heel moeilijk. Ik ben zelfs een tijd expliciet géén donor geweest. Omdat ik vond dat er ergens een grens was; het leven is eindig. Maar ja, die grens ga je ook over als je je laat opereren als je levensbedreigend ziek bent. Maar het was een gevoelsmatige grens. Inmiddels ben ik wel donor. En zal ik ook blijven. Al was het maar voor Leo ;-).

Afgelopen zomer had ik afgesproken met een collega van jaren geleden. Gewoon weer een keertje bijpraten. Had me ingesteld op verhalen over het vak, de maatschappij, het werkzame leven, carrières, anecdotes over onze tijd samen bij Pfizer… Maar ik vroeg haar naar haar partner, omdat ik ergens vaag wist dat die ziek was. Hij bleek nierpatiënt en staat op de wachtlijst voor een donornier. Van verhalen over het vak kwam het niet. We hebben de hele middag uitvoerig met elkaar gesproken over orgaandonatie. Over haar partner en over Leo. Ze kreeg tranen in haar ogen toen ik vertelde hoe graag Leo had willen doneren.

Leo is wél hersendonor geweest. En hoe dat is gegaan… daar komt wel weer een keer een blogje over….

 

 

 

 

 

 

Stick to the Plan

Er staat een foto van Leo in de camper. Gemaakt in IJsland, waar we met de fotoclub waren. Leo kijkt recht in de camera. Ik zie een stoere Leo. Maar hij was daar al ziek. Hij kon ook geen foto’s meer maken, want zijn motoriek was daar niet goed genoeg voor. Maar wat hebben het daar geweldig gehad.

Ik kijk graag naar die foto. En als ik kijk is het alsof ik tegen Leo wil zeggen dat het goed met me gaat. Maar dat mijn leven er wel heel anders uitziet. Alsof ik hem sus. Alsof ik hem zeg dat het allemaal wel een beetje zigeunerachtig lijkt, maar dat ik er goed over nagedacht heb. En dat ik gelukkig ben.

20181013_111619.jpg

Het is alsof alle stukjes op zijn plaats vallen. De caravan, die ik dit voorjaar niet verkocht omdat een oplichter zei dat hij lekkage had, (schreef ik blogje over) komt nu geweldig van pas voor zus en zwager (Trudy en Rob). De caravan is gortdroog. Trudy en Rob bivakkeren er in, soms samen, soms alleen, bij toerbeurt.

Ik kocht destijds de caravan omdat ik er zoveel behoefte aan had om af en toe alleen te zijn en me af te kunnen zonderen van alle hektiek rond de ziekte van Leo.

Wie had kunnen denken dat dezelfde caravan een escape-room zou worden voor Trudy en Rob. Een plek waar ze kunnen genieten van de lucht, de wind, de ruimte, de rust. Op een prachtige boerencamping in Zeeland? Ik ben die oplichter dankbaar J. Het bijzondere is dat de caravan ook voor Trudy een plek is waar ze nu regelmatig alleen is. Waar ze heel veel behoefte aan heeft. Dat kan ik me erg goed voorstellen. Want je hebt wel wat te overdenken als je de diagnose longkanker krijgt. Met een slechte prognose. En dat je de meest agressieve variant hebt, met uitzaaiingen.

Trudy kan er intens van genieten om in haar caravan-coconnetje op te staan en het dag te zien worden. Maar ook om er s avonds nog te zitten in de voortent. In alle stilte. Om er te mijmeren. Te slapen. Te haken, of naar muziek te luisteren (ja, met koptelefoon) . Alleen.

Net zoals Leo het mij gunde af en toe alleen te zijn, begrijpt ook mijn zwager de behoefte van mijn zus.

Laat onverlet dat ik me af en toe heerlijk opdring door dan ook te boeken op dezelfde camping en mijn camper naast de caravan te zetten. Maar we hebben dan alsnog onze eigen stekkie.

Ik heb een heel mooi seizoen achter de rug. Prijs me gelukkig wat ik allemaal heb kunnen doen. Reizen met de camper, op de prachtigste plekjes staan, vrienden en familie opzoeken of tripjes met ze maken. En ook alle tijd om met Trudy en Rob op te trekken. En met de camper hun pasgeboren kleinzoon in het Oosten van het land op te zoeken.

En tijd om ‘ja’ te zeggen tegen de uitnodiging van zus Janny die Trudy en mij een paar dagen hotel aan zee in Vlissingen aanbood. Een camper is leuk, maar die dagen in dat hotel met magnifiek uitzicht over de zee met Trudy waren onvergetelijk. En niet alleen vanwege het uitzicht. Vlissingen wordt nooit meer hetzelfde.

Tijd om met Trudy aan de Brouwersdam te staan met verse broodjes en koffie uit de camper en te genieten van de zon en de wind en de zee.

Tijd om rechtstreeks na de chemo van Trudy te ontbijten bij de Makro (zóveel heerlijker – en goedkoper – dan de koffietent in het ziekenhuis) en dan allemaal lekkere hapjes te kopen. Tijd om mijn nieuwe camera te testen, mijn hondje uit te laten…

En tussendoor af en toe naar huis voor een wissel van huurders. Huisje schoonmaken. Bedjes opmaken. En dan is het genieten als je hele mooie reviews krijgt.

Tijd had ik ook – gisteren nog – om een vriendin uit te nodigen voor een vrijdagmiddagborrel. Op de camping. Een vriendin die ook facilitaire collega-ZZP-er is. En dan komt het gesprek natuurlijk op facilitaire klussen. Ze heeft me al een aantal keren gevraagd of ik beschikbaar was maar ik heb het vooralsnog afgehouden. “Stick to the Plan” zei Leo vaak en ik heb nu dus een ander plan.

Maar het is wel erg leuk om bij te praten. En ik voel dan heus wel wat kriebelen. Ik blijf een facilityfreak. We hebben veel gemeen. Zij was mijn collega Facility Manager op het Rivium toen ik bij Pfizer werkte en zij bij Rockwell. Zet ons ergens neer en we kunnen met gemak 24 uur praten over facility management.

Dat ik het nooit zal kwijtraken bewijst wel het feit dat ik gisteren een nieuwe WC-borstel en –houder (“toilet-garnituur” noemen ze dat in facilityland) gekocht heb. En die heb ik op deze camping in Stellendam in de damestoilet gezet. De set die daar stond heb ik eigenhandig weggegooid. Oh, dat voelt goed. Want het was een smerig ding. Zo’n ding waar alle haren hard van geworden zijn en waar je dus niet mee borstelt maar waar je gewoon alles mee uitsmeert. Het heeft wel iets activistisch om met een borstel in tasje naar de toilet te lopen en dan de oude borstel in hetzelfde tasje af te voeren. En dan dat tasje in de container te gooien.

Ik bezin me nu op manieren om de douchekop te vervangen. Van die douchekoppen waar je eigenlijk niet nat van wordt omdat alleen de buitenste rand van de douchekop straaltjes afgeeft. Als je niet beweegt en er onder staat zullen alleen je extremiteiten nat worden. En dat wat nat wordt, mag amper nat heten want door de druk spat al het water er weer af. Ik haat dat soort douchekoppen.

Facilitair improvisatievermogen verleer je niet. Zo fixeerde ik de balkondeur van onze hotelkamer aan de deurdranger. Met een onderbroek omdat je daar eigenlijk een mega-elastiek van kan maken. En ik kon het ook niet laten een antislipmat te kopen en die te plaatsen onder de poten van het bed. Het doet me ook denken aan de reizen met Leo en dat we onafhankelijk van elkaar hadden geprobeerd de vlotter van de toilet te repareren van een caféetje waar we koffie dronken… (blogje)

Hoewel ik wel een facilitaire blik heb, ben ik ook gewoon toerist. En dat is een rol die me erg past.

Ik geniet van al die plekken waar ik ben geweest. Met de camper, die ik in april vorig jaar kocht, heb ik inmiddels bijna 30.000 kilometer gereden. En alleen dit jaar heb ik er alles opgeteld al zo’n 4 maanden in vertoefd.

“Stick to the plan” is wat ik voorlopig ga doen. Dat mede omdat ik van Trudy een “Funda-verbod” heb gekregen. Want door al dat verhuren krijg ik de smaak te pakken en en denk ik al gauw in groter, meer, anders. In chaletjes, in B&B’s, in campings en in mooie huissies.

Maar ik heb al een huissie. En ik hoef even niet anders. Vanaf november ben ik weer thuis. Tot eind november, want dan ga ik naar Portugal. Maar ja, dat is ook een soort thuis.

“Stick to the Plan” geeft rust. Want het is een prachtig plan. Tijd om te reizen, om met mijn zussen op te trekken. Vrienden en familie te ontmoeten. WC-borstels af te voeren. Ik ben gelukkig.

Kondo in de koelkast

Een kapotte koelkast in je camper bij temperaturen boven de 30 graden, dat is niet leuk. Zeker niet als het niet om één dagje gaat, maar om een hittegolf. Normaal gesproken verhuis ik de inhoud van de koelkast van mijn huis gewoon één op één naar de camperkoelkast als er huurders in mijn huisje komen. Soms sjoemel ik nog wel wat door de niet persé koelingbehoevende artikelen in een krat in de schuur te zetten zodat ik nog wat meer ruimte creëer in de camperkoelkast.

Ja, en dat zijn de momenten dat ik me realiseer hoeveel ik mijn koelkast gebruik. En hoeveel er in staat. En hoeveel er in staat wat ik eigenlijk heel weinig gebruik. Dan heb ik weer een recept waarvoor je dan een potje moet kopen met het een of het ander. Het restje bewaar je in de koelkast. En dat staat daar dan meteen een aantal maanden. Totdat je dat dan maar weer weggooit. Zo gaat het bij mij tenminste.

Daarom moet mijn koelkastmanagement beter! Maar dat valt echt niet mee. Even overwoog ik nog een grotere koelkast te kopen. Maar dat is symptoombestrijding. Net zoals je bij het opruimen van je huis niet meer opruimdozen moet gaan kopen maar gewoon spullen moet wegdoen om overzicht te behouden, om ruimte te houden, om dat wat je houdt in betere conditie, schoon en bereikbaar te houden…..

Dus een grotere koelkast gaat niet door. Hier geldt hetzelfde; Je moet keuzes maken, minderen, je niet laten verleiden, eerst gebruiken wat je hebt, niet te gemakkelijk etenswaren kopen…

Kortom, Kondo in de koelkast! Maar die mevrouw heeft het wel over sokken maar niet zo over koelkasten. Zij heeft de filosofie dat je je bij alles moet afvragen “Does it spark joy?”. Als criterium om het al of niet te houden.

Maar of dat helemaal opgaat bij het koelkastbeleid is de vraag. Want een potje zilveruitjes sparkt hartstikke joy als je die in een recept nodig hebt. En ze zijn nog lekker ook. Maar je hebt er maar een handjevol van nodig en die potjes zijn te groot. Daarom moet ik er mijn eigen systeempje maar op los gaan laten. Ik vind het niet makkelijk. Want los van minder eten kopen, minder potjes, meer doen met minder ingrediënten, wil ik liefst ook biologisch eten. Liefst met veel vezels en vitaminen, liefst wat gevarieerd,  liefst niet te vet of met teveel calorieen, liefst zoveel mogelijk onverpakt, liefst uit de lokale supermarkt, liefst iets dat ik lekker vind, liefst niet te duur….. Liefst vegetarisch (overigens heb je volgens mij voor vegetarisch eten minder koeling nodig).

Ik bedenk dan ook dat mensen die alleen met een tent op pad gaan óók lekker eten met hun prakkie op het brandertje. En zeker Leo was er een ster in om met weinig middelen heerlijke maaltijden te maken.

De grap is dat de camperkoelkast het inmiddels weer een beetje doet. Hij doet het op gas, op 12 Volt en op 230 Volt. Maar alleen heeft hij soms moeite met opnieuw aanslaan en dan help ik hem een beetje. Met de 30 graden deed hij het. Met wind, zonder wind. Op de Brouwersdam, met electriciteit, zonder elecriciteit, hij koelt als een tierelier. Alleen slaat hij soms niet meer aan en dan reanimeer ik hem weer even. Zo red ik het eigenlijk wel de laatste dagen. Ik drink goddank lekker koele witte wijntjes.

Ik zit momenteel op de camping in Stellendam. Het is hier lekker. En met de hitte is het goed toeven aan de Brouwersdam. Samen met die andere 4986 andere campers en caravans die daar staan maar gek genoeg is er altijd plek als je tenminste niet al te laat arriveert. Er is altijd een windje. Alleen afgelopen dinsdag was het dáár zelfs wel warm maar nog altijd veel beter dan op de camping. Want ik kon in de schaduw zitten van de camper (die is 3.20 hoog; de luifel gebruik ik niet met veel wind), en afkoelen kon ik ook door mezelf af te spoelen met de buitendouche. Lekker decadent…. Maar ik had geen waterschoenen om over de rotsen het water in te gaan en ik voel er weinig voor mijn been te breken door uit te glijden…. Bovendien was ik mijn badpak vergeten. Ik zat er gewoon in mijn zwarte BH en onderbroek en niemand die het doorhad. Denk ik dus. Ik heb het nog aan de buurvrouw daar gevraagd toen haar man met zijn hengel naar de waterlijn was. Want met je buren krijg je aan zo’n dam al snel een band die overigens ontstaat bij het inparkeren. Als je dán elkaars blik vangt en toch even zegt hoe lekker het is daar, dan ben je vrienden voor het leven. En kun je dus ook vragen of het opvalt, die BH. Aan de buurvrouw dan, niet aan de buurman….

Inmiddels is een vriendin hier gearriveerd,  Pauline. We bebben zeehondjes gezien

20180810_165051.jpg

Ze snuiven enorm. Dit was de grootste die het meest snoof.

en kibbeling gegeten. En vandaag parkeerden we de camper op het strandje van de Slikken van Flakkee. Wat een prachtig strandje. Niet verder vertellen aub. Overigens zal ik het enthousiasme daar naartoe te komen wat temperen door te vermelden dat je eerst zo’n 20 minuten over een wasbord rijdt….. Mijn campersnelheid pas ik aan aan de weg. Dus stapvoets rijden en alsnog concludeer ik bij aankomst dat alles echt vast zit anders was het er onherroepelijk afgetrild. Maar wat een mooie plek.

20180811_200018.jpg

Zoek de camper (part 201)

Voor Spits ook een heerlijke dag. Beter dan op de Brouwersdam. Met windstil weer is het voor hem al gauw te warm. Als ik net geparkeerd heb daar moet ik me realiseren dat het voor hem nog niet lekker is om buiten de camper te liggen omdat het asfalt dan te warm is. Als ik er even sta, koelt de wind het wel af en kan hij in de schaduw liggen. Maar als het waait zou je zeggen dat dat fijn is voor hem maar…. Dan zijn er kitesurfers en is hij erg bang voor die grote dingen in de lucht. Pffff….. het is niet eenvoudig met een hond. Zeker niet bij een hittegolf. Had dus ook met hem te doen.

Soms is het ook heel fijn om eens zonder hond te zijn. Daarom had ik enige weken geleden een paar dogsitters in mijn huisje. Een Nederlands echtpaar dat op huizen past, vaak op huizen waar ook dieren zijn. Of waar planten verzorgd moeten worden. In het buitenland en ook in Nederland. Ze zijn daarin erg geroutineerd en ik liet met gerust hart Spits bij ze achter. Ze betalen dan niet voor het huisje maar passen wel op de hond en het huis. Ik ben toen een weekje naar Portugal gegaan. Spits heeft het uitstekend gehad… En zij ook…

Mocht je dus ook eens oppas nodig hebben, of jezelf als oppasser willen aanmelden, kijk dan eens op www.voor-elkaar.net. En mocht je zelf eens op Spits willen passen, bij jou thuis of in mijn huis, laat het dan even weten. Wellicht wil ik – ook voor Spits zelf – nog eens zonder hond op pad….

Op dit moment is er een jong stel uit Berlijn in mijn huis. Ze boekten 2 weken!! En hebben grootste plannen. Rotterdam, Amsterdam, Brugge, Brussel, Den Haag en Antwerpen… Ach. Dan zit je goed in Ooltgensplaat! Hoe centraal wil je het hebben??

Ooltgensplaat. Het centrum van de wereld.  That sparks joy for sure!

 

 

 

Sleeping on Wheels

Ik vouw mijn schoongewassen handdoekjes netjes op. Ze ruiken fris, maar zijn hard als een plank want ik heb ze buiten gedroogd.  Met deze temperaturen ga ik ze niet in de droogtrommel gooien en wasverzachter? Dat heb ik niet eens in huis. Ik zelf houd wel van een stevig handdoekje. De handdoeken zijn voor mijn gasten die de camper hebben geboekt als overnachting. Ik besef dat ik niet zo overtuigend zal overkomen als ik zeg dat de harde handdoeken te maken hebben met het verkleinen van mijn ecologische footprint. Ze slapen (de gasten, niet de handdoeken) immers op een oude diesel. Hoewel ik er altijd van overtuigd ben dat ook kleine beetjes helpen. Zoals ik ook om zoetjes zal vragen in een restaurant als men mij juist een appelpunt met slagroom heeft geserveerd.

Het experiment om mijn camper als slaapplaats aan te bieden is zeer geslaagd. Nog dezelfde dag dat de advertentie voor mijn B&B “Sleeping on Wheels” op de verkoopsite stond (vrijdag), kreeg ik de eerste boeking binnen. Voor de dag erop. En een kwartier later nog een, voor vandaag. Dat is wel kicken. Het is wel hoogseizoen maar toch. Gisteren kwam er een gast uit Luxemburg. Hij ging naar zijn zeilboot in Bruinisse. En vandaag komt er een stel uit België. Maandag een dame via “Vrienden op de fiets” en dan is de kalender weer gesloten omdat ik allerlei afspraken heb deze week en vanaf volgende week mijn huis weer verhuur. En dan wil ik zelf in de camper J.

Vrienden op de Fiets is een sympathieke organisatie die gastadressen en fietsers/wandelaars met elkaar in contact brengt. Als gastadres hoef je alleen maar een schoon bed en ontbijt te bieden en je ontvangt daarvoor een vergoeding van ca 40 Euro per twee personen. Ja, dat is dus 20 Euro per persoon en dus het zet helemáál geen zoden aan de dijk als iemand alleen komt. Maar je gaat iemand niet weigeren daarom, dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Het is daadwerkelijk omdat ik die fietsers bikkels vind. Ik heb er ook in de caravan al eens gasten van gehad. Maar rijk word je er niet van.

Onlangs overnachtte een dame via Vrienden op de Fiets bij me. Aangezien ze me vertelde dat ze ook wilde gaan zwemmen stelde ik voor dat ze haar spulletjes maar even vast zou zetten en ik startte de camper. 10 minuten later zaten we op Ooltgensbeach te recreëren. Er is een prachtige steiger aangelegd met een trappetje zodat je daar het water in kunt. We hebben de toerist uitgehangen en even lekker gezwommen. Ik weet niet of het nu nog kan omdat er her en der blauwalg ontstaat maar als ik op www.zwemwater.nl kijk staat Ooltgensplaat er niet bij als gevaarlijk of negatief advies.

20180702_152604.jpg

Het water was heerlijk maar wel even wennen aan de wieren. Door de warmte groeien die sneller heb ik me laten vertellen. Ik heb nog mijn best gedaan er een draai aan te geven door me in te beelden dat dat gestreel aan mijn lichaam hartstikke erotisch is maar dat lukte me niet erg… Desalniettemin heerlijk afkoelen en je hebt ook wierloze stukjes… En natuurlijk o zo goed voor de nodige beweging. Ik ben blij met de steiger. Een eindje verderop is er zelfs een hondenstrandje aangelegd. Verder mooie picknickplaatsen.

Maar mijn huidige gasten zal ik verwijzen naar Ouddorp. Ze komen uit Brussel en belden me gisteren op om te vragen of ze later mochten komen want ze wilden nog mosselen eten en zaten in Zierikzee. Ik vind dat leuk. Het is raar maar juist als je met mensen te maken hebt die in vakantiesfeer zijn, is dat heel leuk. Hoewel ik hier ook in mijn huis zakelijke huurders heb.

Het verhuurgedoetje vind ik echt erg leuk. Maar probeer maar eens een tweepersoons donzen dekbed in een dekbedhoes met kleine opening te krijgen terwijl je in een camper staat…. En dan ook echt proberen om geen stukjes hoes zonder dekbed te krijgen want oh, ik kan er niet tegen als ik alleen hoes voel zonder dekbed. Dus mijn gasten gun ik dat ook.

Of ik deze pop-up accommodatie echt serieus aan ga houden weet ik niet.  Voor nu is het aardig en met het verhuren van mijn huis kan ik de camper rijden en onderhouden. Hoewel ik dat niet te hard moet zeggen. Want mijn koelkast in de camper is kapot. En dat zijn dure geintjes waar je heel wat verhuurtjes voor moet doen. Wie er nog tips heeft voor goede, betaalbare adressen voor inbouwkoelkasten in campers, ik houd mij aanbevolen…. Ik mis bij dit soort zaken ook Leo erg…

Dit weekend heb ik het probleem erg pragmatisch opgelost door het vinkje voor “koelkast aanwezig” op de site weg te halen… En laten ze nou gewoon blijven boeken.

Ik weet nog niet of ik dit altijd blijf doen. Maar voor nu is het goed. Augustus is mijn huis weer veel verhuurd.  Vanaf september heb ik de kalender dichtgezet. Dan wil ik weer eens echt thuis zijn. Dan verhuur ik de camper ook niet als slaapplaats.

Ohhh wat zal dat saai worden.

 

 

Terug naar de kust

Mijn leven staat de laatste tijd erg in het teken van recreëren. Zowel als recreant als exploitant…. Als huisjesmelker maar ook als campinggast of passant.

Het verhuren gaat goed en nog steeds loop ik gniffelend door mijn huis als ik weer een wissel heb. Het is ongelooflijk hoe vaak ik aan Leo moet denken. Als ik bijvoorbeeld de duivenkak van de picknicktafel aan het schrappen ben. Het doet me denken aan de talloze keren dat ik hem zei dat we fleecedekentjes aan boord moesten hebben voor de gasten. Voor als het kil werd. Leo was er tegen. Punt. Hij wenste daar nooit uitgebreid over te discussiëren. In de horeca discussieer je niet over dat soort zaken. En Leo had een horecaverleden. De chef bepaalt. En aan boord de kapitein.

Nu zul je je afvragen wat fleecedekentjes met duivenkak te maken hebben. Wel, ik denk te begrijpen wat Leo altijd voor ogen heeft gehad. Alles wat je aanbiedt moet schoon, heel en goed zijn. Dus als je fleecedekentjes uitgeeft, moet je die na elk tochtje checken op vlekken. En gaten. En je moet ze wassen. En opvouwen. Die picknicktafel is heerlijk. Maar je kunt het niet maken om hem te laten staan vol met poep. Eén flats kan nog wel maar een heel tapijt van poep kan echt niet. En ergens daartussen ligt een omslagpunt maar ik wist wel dat ik dat al dik voorbij was. Dus dan ga je met een plamuurmes en de tuinslang aan de slag.

Zo is ook  de voortuin een fleecedekentje. Die heb ik sinds kort ook ter beschikking gesteld aan de gasten. Zo’n lekker prieel en overkappinkje is lekker. Maar hoeveel spinnenwebben zijn acceptabel? Ja, Leo,  je hebt gelijk.Hoe meer je aanbiedt, hoe meer werk je hebt. Elke service die je claimt  te leveren is ook een afbreukrisico…. J

Zo loop ik wel steeds meer met een zakelijke blik mijn huis te poetsen. En zo is het ook uit zakelijk oogpunt dat ik op de site meld dat het bad geschikt is voor twee personen. Ik hoop namelijk dat ze er met twee personen in gaan zitten. Dat scheelt namelijk aanzienlijk in liters water. Het soortelijk gewicht van een menselijk lichaam is 1050 gram per liter. Iemand van 80 kilo neemt dus het volume van 76,19 liter water in beslag. Dus het is lucratief wat in te spelen op de romantiek en de huurders op de mogelijkheden van het bad te wijzen (wel subtiel natuurlijk)…  Met de aanname dat iemand niet geheel onder water verblijft stel ik de winst bij naar 50 liter….

Maar zodra ik verhuurder ben, ben ik meteen ook recreant. Het is een soort omgekeerd evenredige logica. Dan wijk ik met de camper uit naar mijn huiscamping (Camping Fase) in Oude Tonge en daar raak ik ook steeds meer ingeburgerd.  Chrishna en Hugo zijn mijn campingburen en zij hebben twee chihuahua’s.  Je kunt toch wel stellen dat je vrienden voor het leven bent als de buurvrouw je vraagt haar te helpen haar haar te verven?  Als tegenprestatie heeft ze macaroni voor me gemaakt en een ketting gehaakt.  De buurman heeft Turkse worstjes meegenomen van de turkse winkel en ik ga de buurvrouw leren een WordPress blog te maken.

Met de camper ga ik er ook regelmatig tussenuit en zo exploreer ik niet alleen Goeree-Overflakkee maar belandde ik ook op Tholen. Dit omdat ik aanvankelijk richting Krammersluizen wilde maar daar was het wat druk geworden door de vele windturbines in aanbouw, vandaar dat ik maar wat doorgereden ben. En dan kom je op het eiland Tholen.

Jemig, daar is het ook mooi. Ik stond op de camping Kruytenburg in Poortvliet (Agnes, volgende keer bakkie). Een prachtige camping met ruime plaatsen en dicht bij de Oosterschelde, maar dat is eigenlijk overal op Tholen natuurlijk…

Afgelopen week was ik in Anna Jacobapolder. Op de kaart had ik gezien dat daar weinig was dus daar wilde ik wel naar toe. En toen ik er reed zag ik een bordje met “Restaurant ’t Veerhuis”. Bij een Veerhuis is een veer en waar een veer is, is water, en waar een restaurant is, komen auto’s dus ik reed er naar toe. Wat een prachtig haventje. Een uitstekende camperplek voor overdag. Met prachtig uitzicht op de schepen, wat gezellig leven van vissers, fietsers, wandelaars….

Ik zat er voor mijn campertje in het water te turen toen ik een immense vis zag. Mijn adem stokte. Niemand die het zag, al die vissers zaten aan de andere kant van de pier. Ik stond op en wilde ze gaan vragen wat voor vis het zou zijn. Het water kolkte en kolkte en het moest echt een joekel zijn! Plotseling kwam er een kop boven water. Een zeehond! Het was een zeehond! De zwarte kop had wel een beetje rare vorm, en die nek, dat klopte niet. Maar toen besefte ik dat ik naar een duiker zat te kijken. Het haventje van Anna Jacobapolder is een mooie duikstek… Ik ben blij dat ik de vissers nog niet had gewaarschuwd. Wel vonden de vissers het wat raar dat ik zo liep te lachen…

Ook Sint Annaland ligt op Tholen. Ja, bij die chaletjes… maar de natuur is er prachtig. Hierbij een diashowtje…. Je ziet de berenklauw en de bedden met japanse oesters, die vrij vallen bij eb.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Woensdag bevond ik me in een ander toeristisch gebiedje. Ik bracht zwager Rob en zus Trudy naar hun hotel in Kijkduin waar ze een aantal nachtjes hadden geboekt. Onderweg deden we een koffiestop met de camper in natuurgebied de Broekpolder in Vlaardingen. En al rijdende er naar toe, zo ter hoogte van de Europoort, hoorde ik Trudy zeggen “Ik ruik de zee”. Mijn zus heeft een weergaloos gevoel voor humor en ik kwam werkelijk niet meer bij. Maar het bleek dat ze dus echt de zee rook omdat ze in gedachten al bij Kijkduin was… Het was een tocht vol nieuwe ervaringen, onder andere voor Trudy, die heeft gevoeld hoe het is om rijdend het toilet te gebruiken. Dat kan met een camper. Met uitzicht. Oog in oog met een vrachtwagenchauffeur terwijl jij zit te … Maar hij kon haar niet zien; daar zorgt het hor dan wel voor. Wij vermaken ons wel onderweg.

Maar ondanks deze nieuwe ervaringen was Kijkduin toch een en al jeugdsentiment. Met volop flashbacks. Voor Trudy en Rob en ook voor mij. Ik kwam er vaak toen ik in Delft woonde. Voor mij is Kijkduin de plek waar mijn leven eens een belangrijke wending nam. Sterker, ik nam die zelf want ik maakte het uit met mijn vriendje. Ik weet nog exact waar ik dat deed, op dat paadje achter het hotel. Grappig dat ik Kijkduin altijd associeer met die gebeurtenis.

Kijkduin is wel veranderd. Er komt een nieuwe boulevard of een stukje erbij of zoiets. Maar het begint wel een beetje op Disney te lijken. Voor het hotel stond een hoogwerker met een soort grote vergadertafel met stoelen er aan die dan omhoog getakeld werd. Boven werd dan eten geserveerd. De plakken rosbief vlogen je bij wijze van spreken om de oren maar hinderlijk was de microfoon omdat je vanuit je hotelkamer gewoon alle speeches en peptalks kon horen die er bij de teambuildingluchtetentjes onherroepelijk bijhoren. De sjiek van Kijkduin is wel een beetje weg maar misschien herleeft die wel weer na de verbouwing.

Maar de zee was er nog. En die blijft boeien.

Maar ik rijd toch heel graag weer naar het Zuiden. Naar die naar saaiheid neigende leegtes. Naar die eindeloze polders. En die wateren met al die grote vissen.

20180625_151240.jpg

Haventje Anna Jacobapolder. Zoek de camper!

20180621_225007.jpg

Eindeloze polders bij Poortvliet

20180625_115315.jpg

Buren op de camping. Chrishna en Hugo staan er met hun Lunar Quasar of zoiets een seizoen

 

20180621_133216.jpg

Geen eiland van plasticsoep maar van wier

 

20180625_160226.jpg

Zo’n camperplek waar je alleem maar van kunt dromen; aan het water, onder de molen, en met een trap om te kunnen zwemmen. St Philipsland op Tholen. Nu niet allemaal ineens naar Tholen gaan, het moet daar wel een beetje rustig blijven!

20180621_132707.jpg

Sint Annaland. Ook hier een duikplek. Mooie voorzieningen voor duikers; een parkeerplekje bij het water en een toilet. En een trap het water in….

Ooltgensplaat – of all places…

Mijn huidige huurders komen uit Tsjechië. Ze zijn anderhalve week in mijn huisje geweest en gaan morgen weer naar huis. Ze spraken erg goed Engels en ik was eigenlijk wel nieuwsgierig wat ze ertoe had gebracht om juist mijn huisje in – of all places – Ooltgensplaat te boeken. Vandaar dat ik ze uitnodigde om bij mij te komen eten. Op de camping  (oh, zo’n heerlijke plek) in Oude-Tonge. En zo zaten we woensdag met uitzicht op de landerijen nasi te eten (ja, Corry, die van jou). 20180619_153542.jpg

Het is bijzonder om te horen hoe het leven er is veranderd na de val van het communistische regime in november 1989. Eigenlijk is het nog maar kort geleden. Het toerisme is inmiddels erg toegenomen. En dat gaat ook in Tsjechië niet zonder slag of stoot. Ook daar zijn er steden die worden overspoeld door toeristen.  Er zijn steden waar geen “normaal leven” meer is;  de huizen worden restaurants of café’s of hotels of zo duur dat niemand er kan wonen.  Een Tsjechische kunstenaar is nu een project in Krumlov gestart waarbij er gedurende een aantal maanden ca vijftien gezinnen worden betaald om er een “normaal leven” te leiden. Dus spelen er kinderen op straat met een bal en staan er wasrekken. De mensen hebben dus een baan en die is “Een normaal leven leiden”. Het is een statement die de discussie over het toerisme wil aanwakkeren. Er is veel weerstand maar er zijn ook heel veel mensen geïnteresseerd, waaronder iemand die er daadwerkelijk heeft gewoond maar van wie het huis onteigend en gesloopt is. Toerisme is overal en neemt heel snel toe. Ook in Krumlov lopen hordes toeristen met rolkoffers.

Zo’n vaart zal het in Ooltgensplaat niet lopen. Hoewel ik me er bewust van ben dat het voor mijn buren toch anders is als er huurders in mijn huisje verblijven. Niemand is immers zo gezellig als ik :-). Maar serieus,  ik heb wel mijn buren gevraagd meteen aan de bel te trekken als ze last hebben van mijn gasten. Maar ik kan me niet voorstellen op welke manier; ze hebben een eigen ingang zonder dat ze een ander huis hoeven te passeren en een eigen parkeerplaats. Maar je weet maar nooit.

Het is ook voor vele gemeenten de vraag hoe om te gaan met deze ontwikkeling; de trend dat steeds meer mensen hun huis verhuren. Sommige steden of dorpen verliezen hun “hart”; hun leven. Ook op ons eiland Goeree-Overflakkee dreigt dat op sommige plaatsen. Goedereede bijvoorbeeld wil ervoor waken dat er niet teveel huizen alleen als vakantiewoning worden gebruikt. De Gemeente gaat ook handhaven op illegale verhuur van woningen die bedoeld zijn voor permanente bewoning.

Ik heb het geluk dat ik in een recreatiewoning woon met bestemmingsplan “recreatie” en ik heb een persoonsgebonden beschikking om er permanent te wonen. De Gemeente is nu beleid aan het ontwikkelen om te kijken hoe om te gaan met recreatieparken waar – al of niet met persoonsgebonden beschikkingen – permanent wordt gewoond. “Revitalisering van recreatieparken met onrechtmatige bewoning” is de Kadernota die onlangs hierover is geschreven en op 12 april jl. in de Gemeenteraad werd goedgekeurd. Daarin worden grofweg drie opties voor de vele recreatieparken op het eiland uitgewerkt. Optie één is het park bestemmen als sec recreatiepark. Optie twéé is het park een woonbestemming geven. En optie drie is dubbelbestemming (wonen en recreëren). Een Kadernota is een opzet, een plan van aanpak, om tot een beleid te komen.  Overigens is er nog een optie vier die elders in het land ook wordt overwogen en dat is gewoon totale sloop ;-). En allerlei tussenvormen en transities en subplannen etcetera.

Dit gaat dus niet over kernen waar huizen met woonbestemming worden verhuurd aan toeristen. Ondanks het feit dat ik het begrijpelijk vind dat we willen voorkomen dat hele kernen worden opgekocht als tweede woning om die vervolgens te verhuren zodat er geen “vaste” bewoners meer zijn, zou ik het jammer vinden als deze vorm van verhuur helemaal wordt ontmoedigd. Ik kan er soms erg slecht tegen als wordt gesuggereerd dat mensen graag luxe bungalows willen of parken en entertainment. Er is een grote groep mensen die niet in een park willen verblijven en de voorkeur geven aan het verblijf in een gewone woning of anderszins. En dat is ook een groep toeristen die juist de rust en eenvoud zoeken. Die boeken bij mij omdat ze niet weten dat mijn huis onderdeel is van het kleinste recreatiepark op het eiland, bestaande uit 13 eenheden. Er is dan ook niets dat daarop wijst, behalve het feit dat we een Vereniging van Eigenaren hebben met een jaarlijkse contributie van nog geen 30 Euro….

Ik vroeg nog even wat de Tsjechen hier hebben gedaan, die anderhalve week…. Ze hebben veel gefietst. Ik had fietskaarten met knooppunten van Goeree-Overflakkee en Zeeland, en ze bezochten Delft, Ouddorp, Willemstad en Zierikzee. Hebben gezwommen bij het strandje van Ooltgensplaat, ze waren in Middelharnis, Den Bommel, Stad aan t Haringvliet… en verder wisten ze niet meer hoe het heette. Ze waren wég van Ooltgensplaat, het haventje,  de Voorstraat, de natuur, en vooral de stilte en rust. En dat hoor ik van de andere huurders ook.

Had ze nog graag met de waterpoort pontje willen laten varen. Maar het was te ingewikkeld dat uit te leggen en ik kon ze niet verwijzen naar de website want die is alleen in het Nederlands. Maar dat had ook erg leuk geweest. Ze wilden ook naar Tiengemeten nog. En ook nog naar Rotterdam. In elk geval hebben ze zich heel erg vermaakt.

Ik vind het erg leuk op deze manier een centje bij te verdienen. Er gaat nog wel van alles af maar onder de streep blijft wat over. Ik ben overigens zelf ook soms er niet uit of het allemaal wel fair is. Zoals de taxidienst über de klandizie van de taxi’s naar zich toetrekt, zo voltrekt zich ook een verschuiving van de originele hotellerie naar de Airbnb’s etcetera.

Maar ik heb me ook laten vertellen dat het toch een andere doelgroep is. Ik denk dat het ook afhangt van de mate waarin de verhuur door particulieren plaatsvindt. En dat niets vanzelf gaat. We zijn ook gebaat bij toerisme op het eiland. Zolang het binnen proporties blijft. Want acteurs die het gewone leven gaan naspelen in het centrum van Ooltgensplaat…. Dat willen we niet.

Hoewel, ik stel me wel beschikbaar ;-). Lekker wasje buiten hangen…. , hondje uitlaten…


 

PS. Header – dit strandje bij de Grevelingen is ook super. Immens parkeerterrein (max 4 Euro per dag), een douche, wc’s…. lekker grasveld, schaduw, zon, zand. Verbazingwekkend dar ik daar niemand zag. Maar er lopen wel krabben in het water. Dus wel waterschoentjes aan. Maar ja, puur natuur!! 

20180506_134938.jpg