Over muschfacilities

Sylvia Musch - ZZP-er - Facility Manager - www.muschfacilities.wordpress.com - inwoner Goeree-Overflakkee - bezoldigd mantelzorger -

Chalettitis

Het was een roerige week. Mijn zus Trudy kreeg de uitslag van de scan en die was beroerd. Een grote domper. En daar bovenop ging het woensdag even helemaal fout. En wel zo fout dat ze moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Maar donderdag mocht ze weer naar huis en dat was fijn omdat ze zich – samen met dochter en kleinzoon – mateloos had verheugd op een weekendje weg in Beekbergen.

Ik besloot hen er naartoe te rijden en het weekend in de buurt te blijven zodat ik er snel zou kunnen kan zijn als het nodig is. En dan maandag weer terug. Dat kan als je een camper hebt; anders zou iemand twee keer heen en weer moeten rijden.

Vandaar dat ik een mooie plek vond op een kleine camping vlakbij, zo’n twee kilometer van Landall Heideheuvel. En terwijl zus, nicht en achterneefje zich vermaakten met Bollo, popcorn bakken en zwemmen maakte ik een wandeling naar de hoogste waterval van Nederland. En al lopend door het bos zag ik ze staan; chaletjes.

Ik kan er niets aan doen. Ik word er heel erg hebberig van. En soms krijg ik er rode vlekken van. Ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Ik ben er verslaafd aan en allergisch voor. Ik zie ze ook werkelijk overal. Toen ik met Leo reisde zag ik ze ook overal. In alle landen en wij waren vaak verbaasd maar het is een internationaal fenomeen. Ze zijn er in alle soorten en maten. Lelijke, mooie, grote, kleine. Op mooie plekken en op vreselijke plekken. Dicht bij elkaar en ver uit elkaar. Goed onderhouden, verzorgd, en schoon en verpauperd, verwaarloosd en vies.  Met kabouters in de tuin en plastic molentjes. En met design meubelen, strakke loungestellen en pizza-ovens.

Ik neem de chaletjes in mij op. Ze staan prachtig daar in het groen, net zoals de bungalows bij Landall. Omringd met grote statige bomen. Als ik verder loop, kom ik bij de ingang van het park. Er staat een hele batterij levensgrote vlaggen. “Droomparken” staat er op. En er is ook een bord met “fijn dat u er bent”. En ik krijg spontaan een rilling.

Ook op de camping waar ik was stonden chalets. Ik had uitzicht op zo’n paradijsje. De bewoner maakte het dak boven zijn veranda schoon. Hij was erop geklommen en heeft een hele dag daarover gepoetst. Ik denk dat ik het in een uurtje zou kunnen fiksen. Maar hij heeft blijkbaar alle tijd.

Ik denk er weleens aan hoe het zou zijn als ik een chalet zou kopen. Er verschijnen dan eurotekentjes in mijn ogen want dan zou ik het goed kunnen verhuren; ik heb de smaak te pakken als het om verhuren gaat ;-)…. En los daarvan droom ik weg omdat het gewoon zo leuk is om zo’n huisje in te richten. En omdat het natuurlijk ook zo leuk is om zelf in dat knusse stekkie te vertoeven. Ik verheug me al om op toernee te gaan langs alle kringlopen….

Dus daarom zit ik nog weleens te surfen op zo’n site waar chalets te koop worden aangeboden. Zoals hele volksstammen ook gewoon Funda zitten uit te pluizen. Het heet niet voor niets FUNda, eigenlijk had het FUNja moeten heten. Maar dan schrik ik van de erfpacht. Of ik zie dat je je paradijsje niet mag verhuren. Of juist móet verhuren.

Ik word er erg chagrijnig van als ik bedenk dat alleen de grote projectontwikkelaars het groen kunnen opkopen en er huisjes in kunnen zetten om ze vervolgens te verhuren of te verkopen onder het mom van “echt in de natuur”. Het is gewoon de kift dat zij dat wel  kunnen en dat het nog verkoopt ook. En dan met grote vlaggemasten “droomparken”.. “fijn dat je er bent”…. Brrrrrr.

Er zijn ook veel campings met chalets. En ook soms wat kleinere campings. Dat spreekt me veel meer aan en vind ik veel sympathieker dan een of ander Résort of Staete… of iets anders waar ae in zit en waar reclame voor wordt gemaakt met foto’s van blije gezinnen met kinderen die spelen en met brochures met van die foute teksten waar steevast “beleving” en “puur” en “vrijheid” in voorkomen.

Maar de conclusie is wel dat echte mooie plekken voor chalets in Nederland zeldzaam zijn. En/of ongelooflijk duur.

Ik zwiep met mijn hebberigheid van de ene site naar de andere site en man wat zijn er veel van die woondozen te koop. Maar ik ben tegelijkertijd ook een schijterd. Ik wil graag grip en controle. En als je zo’n gevalletje koopt, dan weet je niet wat voor buren je krijgt want radio’s of schreeuwende kinderen, daar knap ik helemaal op af. Voordeel is wel dat chalets per definitie verplaatsbaar zijn ;-).

Als je dan de balans opmaakt, dan besef je dat je niet om een grotere partij heen kunt. Denk maar niet dat jij ergens in de bush een prachtige plek kunt vinden waar jij allenig je chaletje neer kunt zetten. En dat het dan voldoet aan het bestemmingsplan en dat het groen is en stil . Want dan zijn de projectontwikkelaars je mooi vóór geweest. Want natuur verkoopt.

Als je zoiets wilt dat zul je naar het platteland van België of Frankrijk of Duitsland moeten. Maar dat moet je willen en vooralsnog wil ik dat niet.

In een van mijn chaletexpedities stuitte ik op een project in de Grevelingen. Daar kun je namelijk ecolodges kopen; autarkische, biobased, circulair gebouwde ecolodges midden in de natuur. Ik mag dat vast geen chaletje noemen maar dit ter zijde…

Het gaat om het project “Greenhuus”. Volledig zelfvoorzienend en in alle opzichten duurzaam. En mooi. (Oh, u weet ook niet wat autarkisch is? Dat is zelfvoorzienend in voedsel, energie, watervoorziening en afval). Ze worden geplaatst op de Kabbelaarsbank. (Ja, inderdaad, waar ook dat grote andere Résort Port Zélande ligt…) Met heeeel veel natuur en schoonheid en wijdsheid en mooiheid.

Aanvankelijk ben ik ook hier sceptisch over. Weer een project waarbij meerdere woningen tegelijk worden geplaatst in een gebied dat nu prima is maar wat dan ineens ‘wordt ontwikkeld’. Wat zoveel betekent als dat er bulldozers echte natuur van maken, net zoals op Tiengemeten.

Maar ik weet wie het Greenhuus heeft bedacht en dat is iemand die echt dingen wil maken die goed zijn voor de wereld. En als je de techniek van dit mooie huissie bekijkt, dan zie je dat het echt zelfvoorzienend is. Hele mooie techniek. En uitvoering. En verplaatsbaar, omdat dat duurzaam is.

Ik voel toch wis en waarachtig iets van enthousiasme. En ik download de brochure van het project op de wervende website van Greenhuus. Met van die artist impressions van het huis waarbij ik me altijd afvraag waar die mensen hun spulletjes laten. Én waar het groentetuintje komt want het was toch autarkisch? Maar goed.

Ik zit nog even verder te kijken en dan staat er in de informatie dat je er als eigenaar maximaal 14 dagen in het hoogseizoen mag zijn. En in totaal maximaal 89 dagen per jaar. De gehele exploitatie is wederom uitbesteed aan een partij. Er zit ook een begroting bij. Daarin staan de parkkosten gespecificeerd en het te verwachten rendement. Dat gebaseerd is om 100% verhuur.

Jammer dan, dan gaat het feestje niet door. “Sodemieter op” denk ik. “Ik wil in mijn huis als ik dat wil”. Maar zo werkt het niet…

Ze zitten helemaal niet te wachten op mensen zoals ik, want als ik verder kijk zijn alle bungalows al gereserveerd……

Eigenlijk ben ik er wel blij om. Ik ben wel weer even genezen van de chalettitis.

Inmiddels ben ik terug en sta ik weer op mijn honk in Oude-Tonge, op een rustige camping met mooie chalets. Ik ben vanmorgen met Spits een wandeling gaan maken in St. Annaland. Heerlijk over de dijk. Altijd wat te zien.

Water, strandje, en…. Een park vol chaletjes…

Zelfs een chalet met een dak van riet

 

Hondenleven

Het is half 10 en ik zit aan de koffie. Uitzicht op het water, met een strandje. Spits is bij de trimmer. Het strandje ligt verborgen bij Stad aan ’t Haringvliet. En dat durp heet niet voor niets zo. Ik ken het plaatsje. Met Leo overnachtte ik hier toen we net ons nieuwe Fordcampertje hadden gekocht. Proefslapen noemden we het. Met een wijntje, hapjes, en knusheid. Het sliep goed. Een mooie herinnering. En nu zit ik hier met koffie en de laptop. Ook mooi.

Ik moet wel gniffelen als ik naar het spiegelende water kijk en de kwetterende vogeltjes hoor. Een kieviet. Twee zwaluwtjes op het volleybalnet. Ganzen. Verder stilte. Het is heerlijk. Mijn huisje is verhuurd.

De techniek staat voor niets want ik kan gewoon een blogje posten. Of een rekening opmaken. Zo stopte ik onlangs op een parkeerplaats langs de A29 omdat ik me bedacht dat ik nog een rekening moest versturen aan een zakelijke huurder. Effe stoppen, bakkie koffie. Laptop pakken, via de hotspot van de telefoon internet op de laptop instellen. Rekening opmaken, even een PDF-je van maken en verzenden. De accu van de laptop kan nog wel even en in geval van nood heb ik een powerbank.  En vaak denk ik “oh, als mijn vader dit eens kon zien”. Als kind van een Ericssonman ben ik opgegroeid met telefonie. “Ericsson staat voor telefoon en 99 andere systemen” stond er op de Renault 4, de auto van mijn vader waar hij als onderhoudsmonteur door het hele land reed.

Vandaag met Spits naar de dierenarts. Ik vind dat hij slecht loopt en ook niet wil lopen. Dus het is vandaag wel een spitsdagje.

Grote afstanden lopen kan ik op dit moment niet met Spits en het is lastig te weten waar ik goed aan doe. Teveel lopen is niet goed maar te weinig ook niet want hij moet wel in beweging blijven (net zoals ik). Ook weet ik niet of hij gewoon niet aan de lijn wil lopen omdat hij gewend is om los te lopen. Voorlopig vandaag maar even afwachten. Ik merk dat ik zelf ook steeds minder beweeg omdat ik Spits niet in de camper wil achterlaten.

Af en toe , zeker met warmte, is het niet makkelijk met Spits. Hij houdt bij warmte zeker van zwemmen dus ik ging pas naar het hondenstrandje in Stellendam, omdat honden op de andere stranden niet toegestaan zijn. Maar het was meer smurrie dan water helaas…. En spits zakte er met zijn poten in. Ik liep zelf op teenslippers maar deed die maar uit omdat die in de modder bleven plakken. Ik dacht gewoon door te lopen en dat het dan vanzelf wel weer hard zand werd maar dat werd het dus niet ;-(…. Ondertussen kreeg ik visioenen van opengereten voeten door japanse oesters en ik zag pieren brrr. ) Maar je hebt wat over voor je hondje. Na 10 minuten toch maar teruggekeerd. Sorrie Spits….

20180524_161159.jpg

Dat zijn de momenten dat ik me soms schuldig voel omdat ik mijn huis verhuur en met Spits in de camper ben. Toen ik met Leo reisde, was het over het algemeen buiten het seizoen, en ook vaak op plekken waar hij los kon. Bovendien bleef Leo bij de camper als ik dan ging wandelen. Dan zetten we de camper op een koele plek.

Maar op de camping waar ik nu sta, (camping Fase in Oude Tonge) heb ik een hele fijne koele en rustige plek. Daar ligt Spits heerlijk onder de camper in de schaduw. Alleen is hij bang voor hommels en insekten en springt dan toch soms de camper weer in en kijk, daar word ik soms dus moedeloos van.

Het is gek, maar ik heb geen kinderen, maar ik kan me soms zo goed voorstellen hoe moeilijk het moet zijn soms om kinderen te hebben. Als ze niet kunnen uitleggen wat ze mankeren, wat ze voelen. Als je het beste voor ze wilt. Als je moet kiezen tussen jouw comfort en dat van het kind. Als je niet zeker weet wat je ziet. Als je niet weet waar je goed aan doet. Als je iets bedenkt wat dan niet werkt. Als je niet weet of iets komt doordat het warm is, doordat hij pijn heeft, omdat hij gewoon iets niet wil. Als ze bang zijn voor dingen en je kunt niet uitleggen dat ze daar niet bang voor hoeven te zijn.

Natuurlijk zijn honden geen kinderen maar je begrijpt wat ik bedoel.

De warmte, daar zit niemand op te wachten. Spits niet en ik niet. En niemand niet. Overigens kan ik me nog herinneren dat ik altijd hoopte op slecht weer toen we de boot nog hadden. Want Leo moest altijd lakken als het mooi weer was. Pas als er regen werd verwacht gingen we weg met de camper. Dus duimen voor een slechte weersverwachting.

Maar ach, zo’n zonnetje aan zo’n strandje met een briesje in Stad aan t Haringvliet, dat is dan wel weer lekker. Ik neem nog maar ’n bakkie.

20180530_091342.jpg

Koffie op het strandje in Stad aan ’t Haringvliet

 

header: zoek de camper…. (op de camping Fase, Oude Tonge)

Baghwan op de camping

Inmiddels ben ik natuurlijk wel een camping-expert. Want na de laatste blog heb ik toch alweer een aantal campings mogen bezoeken.

Ik ging met Jenny naar een camping in Heeg (Friesland) (camping Poelzicht). Getipt door Els uit Portugal, die de eigenaar kent en vice versa. Dus dat was beregezellig. En als je Els allebei kent, heb je genoeg gespreksstof voor een avondje zeg maar. De camping ligt aan een meer en er is een steiger en ohhhhh als je in het zonnetje met een briesje op de steiger aan het water zit oohhhhh. Hier ga ik echt nog eens naar toe.

Maar op een mooi immens grasveld op een camping in Dinant met een prachtige hoeve aan de Lesse in de Ardennen met majestueuze bomen en enorme ruimte en wandelroutes om de hoek, dat beviel ook.

Oké, er was een schoolkamp en dat betekent kinderen maar dat was niet storend. Wel grappig om al die geluiden vanuit de diepte uit de kano’s te horen….

De camping in Stellendam is inmiddels wel verrouwd terrein.  Gelukkig hebben we een andere plek gekregen voor de caravan, veel rustiger. De caravan stond eerst naast twee families die naast elkaar hun camperment hadden opgeslagen. Zelfs als ze rustig waren was het niet rustig. Allebei de families met een aantal kinderen, honden, en de voortent bijna naadloos overlopend in de caravan. Daarbij kregen ze nog geregeld aanloop. Afgelopen weekend heb ik met vriendin Pauline de voortent eraan geknoopt en vandaag heeft neef Pieter het bed verbeterd. Jammer, want als je samen in het bed lag, kwam je dichter tot elkaar. Gewoon omdat het in het midden wat doorzakte zodat je naar elkaar toe rolt….

En nu, ja nu zit ik op een camping in Oude-Tonge, namelijk camping Fase, dat is 13 kilometer van mijn huis. Mijn huisje is weer verhuurd aan een heel gezellig jong stel uit Duitsland. Hoewel ik wel met de camper in mijn voortuin kan staan, heb ik gemerkt dat het toch rustiger is als ik echt weg ben. Op de een of andere manier is het rustgevend als ik op een camping ben. Op een camping staan associeer ik met vakantie. Met reizen. Met vrijheid.  En dat gevoel komt zodra ik een camping oprijd. En in plaats van steeds tegen mezelf te zeggen dat ik dat gevoel ook zou moeten kunnen oproepen in mijn voortuin, accepteer ik dat ik blijkbaar nog niet over genoeg zen beschik om dat te kunnen en daarom heb ik de afgelopen dagen hier op de camping gestaan.

En dat bevalt goed. Om niet te zeggen uitstekend! De camping is kleinschalige boerencamping. Naast de minicamping is het ook een landbouwbedrijf en er is ook een boerderijwinkel met eigen geteelde aardappelen, groenten, fruit, boerenkaas en eieren.

Ik sta nu op één van de twee trekkersvelden (er zijn ook privé-plekken). Mooi ruim en nu heerlijk met schaduw. Het is hier dus echt rustig. Het bevalt me heel erg goed. Voor Spits ook zo fantastisch. Eigenlijk gewoon geen prikkels voor hem, al moet ik nog wel even oppassen dat hij de konijnen niet opmerkt die hier ’s avonds tevoorschijn komen. Maar hij ligt hier lekker naast mijn stoel. Heerlijk in de schaduw.

Het sanitair is spic-en-span. Met een gevoel van sjiekheid, omdat Villeroi en Boch op de toiletpot staat en dan denk ik altijd aan duur servies. En eindelijk een douche waar je gewoon zelf je temperatuur kunt instellen…. Ik kan er zo slecht tegen als de douchetemperatuur je opgelegd wordt….

Ik heb hier een paar dagen met Pinksteren gestaan en van het nietsdoen genoten. Ik vind het zo heerlijk om met reisgenoten op pad te zijn maar soms is het fijn om alleen te zijn. De wifi is gratis en ik betaal hier een bijzonder schappelijke prijs (SVR-tarieven).

Zo heb ik dit weekend ademloos de Netflixdocumentaire over Baghwan, “Wild Wild Country” gebinge-watched. Ja, ik vind dat zo’n leuk woord…. En zeker als je het vervoegt! Maar het is werkelijk verbijsterend. Ik wil graag dat jullie het ook gaan bekijken en dan wil ik graag een evaluatiesessie. Ik ben eigenlijk wel voor Sheela. Maar even zonder gekheid. Een adembenemende documentaire.

En soms doe ik niets. En soms verdwaal ik in de youtube filmpjes en dan kom je op de liedjes en dan ineens rollen er tranen over mijn wangen. Uit het niets. Er hangt een foto van Leo in de camper, van onze reis naar IJsland met de fotoclub. Hij kan daar nog lopen. Kon niet fotograferen, daar was zijn motoriek niet goed genoeg meer voor. Hij kijkt recht in de camera. Ik vraag soms aan hem of het goed gaat. Met mij dan. En dan vinden we allebei dat het wel goed gaat. Maar dat het wel een bijzonder leven is.

Ik heb vaak allerlei plannen om te gaan doen als ik met de camper op pad ben. Maar mijn tijd vult zich met boodschapjes, Spits uitlaten, koken, en zoals vandaag, even naar Stellendam heen en weer etcetera. Morgen even naar huis om de gasten uit te zwaaien en dan met Trudy weer naar Stellendam. Zij moet immers de nieuwe plek nog keuren ;-). Ik ga dan uiteraard met mijn camper.

Ik kan er erg veel lol in hebben om op mijn eigen eiland de toerist uit te hangen. Het past overigens  helemaal in de nieuwe visie over reizen; reizen is het nieuwe roken. Ik zag gisteren een documentaire van de VPRO Tegenlicht (dd. 20 mei) over het reizen en dat we steeds verder willen en hoe slecht vliegen wel niet is en dat er geen einde lijkt te komen aan de groei van het massatoerisme…. En ik bedacht dat het gewoon voor iedereen wel goed is om niet zo ver op vakantie te gaan.

Boek gewoon een leuk vakantiehuis in Ooltgensplaat 😉

Dan ga ik wel weer……

20180509_222952.jpg

De camping is van vader en zoon. Qua vitaliteit dacht ik dat ik met de zoon te maken had maar het bleek de vader. Eindeloos over Els kletsen…. en over campings natuurlijk en het Friesche leven

PS Header: de koeien op het bedrijf van Camping Poelzicht in Heeg 

Recept voor een onbestemd gevoel

“Zo, je mag weer effe terug” zeg ik tegen het fotolijstje met de foto van Leo. Ik haal het uit de voorraadkast, waar hij precies nog paste bovenop een blik erwten en een pot mayonaise. Toen ik het lijstje er in legde, twijfelde ik nog even. Leo op de doperwten, kan dat wel? Erg stijlvol is het niet. Maar de ratio wint het. Leo was een pragmatisch man. Het is om de hoek van zijn hangplek, het ligt er veilig, en ja, het moet even. En het is de goeie mayonaise; die van Hellman en dat had hij kunnen waarderen.

De voorraadkast wordt bij verhuur afgesloten met een vernuftig systeem waar ik zeer trots op ben. De deurtjes van de voorraadkast hebben oogjes aan de binnenkant waar ijzerdraadjes doorheen gaan die door de bovenkant van de kast binnendoor naar boven komen en daar een lusje vormen waar een koperen staafje doorheen gaat waarna het geheel wordt aangetrokken en het uiteinde van het draadje om het staafje wordt gewikkeld…. U weet wel…

Onze trouwfoto hoef ik niet te verplaatsen. Die staat in de open boekenkast. Ook die wordt afgesloten bij verhuur. En dat gaat met blokken en gaten en een stang met een slotje… En voor de gaten staan olifanten en als de stang erdoor moet gaan de olifanten opzij. Snapt u?

 

 

Zo kan ik er erg veel lol in hebben allerlei handige truukjes te bedenken om de wisseling van verhuren naar bewonen zo simpel en praktisch mogelijk te maken. Het begint met opruimen, ruimte maken.

Mijn huis is nog nooit zo opgeruimd geweest. En ook nooit zo schoon. Want alles wat ik beetpak, bekijk ik met de ogen van een toekomstige huurder. De afstandbedieningen, de föhn, het bestek. Ik check of de kruimels uit de broodrooster zijn. Of de oven schoon is. De binnenkant van de deksel van de prullenbak. En ga zo maar door. In feite heb ik de stelregel: dat wat kan glimmen, moet glimmen.

Uit de stapel met handdoeken heb ik een selectie gemaakt van doeken die er niet al te vaal uitzien.Want vale handdoeken, dat kan niet. Of wel? Het zijn van die discussies die ik voer met mezelf. In hoeverre wil ik meedoen aan de gekte van spierwitte handdoeken, terwijl ik weet dat die ietwat vale handdoeken ook gewoon gewassen en schoon zijn.  “Ze doen het er maar mee” denk ik dan. “Aan die gekkigheid doe ik niet mee, als het ze niet bevalt, dan boeken ze de volgende keer maar niet meer”. Om vervolgens toch 10 nieuwe handdoeken te gaan kopen. Wit.

Maar met sommige zaken ben ik standvastiger. Zo had ik aanvankelijk van die kleine verpakkingen shampoo en doucheschuim gekocht. Maar het is bizar. Als het half aangebroken is kan ik het weggooien, want het te klein om aangebroken aan te bieden. En al dat plastic is werkelijk slecht. Dus ik heb gewoon een shampoofles en een fles met doucheschuim. Die ik na elke gast schoonmaak. En daar doen ze het maar mee.

Zo ben ik lekker bezig met mijn verhuurtjes. De gasten zijn tevreden. En het bevalt mij ook. Het voelt helemaal niet raar als er mensen in mijn huis komen. En ik vermaak me in de camper. Ik ga niet al te ver, hoewel ik volgende week naar Friesland ga. Er komen dan weer mensen voor een week. Ik ga met vriendin Jenny toeren.

Zo glijden de weken voorbij en het is mooi dat het zomer wordt. Het is inmiddels 4 maart geweest, en dat is de datum waarop Leo overleed. Dat noopt tot terugkijken. En de calvinist in mijn wil dan meteen kunnen zeggen wat het opgeleverd heeft dat jaar niet ‘werken’, wat de zin is geweest, of ik bereikt heb wat ik wilde bereiken, terwijl ik nog niet gedefinieerd had wat ik wilde bereiken. “Niets” was het voornemen. Maar ‘niets’, dat is wel erg niets.

Als ik het jaar overdenk, dan heb ik heel veel gedaan. Er is ook heel veel gebeurd.

Maar alles staat op de rails. Ik kan tevreden zijn met wat ik heb gedaan. Hoe het is gegaan. Mijn opruimen, mijn camper, mijn tochtjes, het verplaatsen van de caravan, het opknappen en de verhuur van mijn huisje… ….

En dan… ach, dan komt soms een onbestemd gevoel. Het ziet eruit als een potpourrie van emoties. Ik schrik er ook niet van. En bedenk dat het logisch is.

Er zijn ook dingen die niet leuk zijn. De ziekte van mijn zus. En in een volledig andere orde van grootte soms een zorg over de camper (campers en electronica; een drama). Vragen over de gezondheid van Spits.

Dat onbestemde gevoel is niet zo raar. Het is een mix van rouw. Met flinke pijnscheuten aan verdriet. En een snufje midlife-crisis. En een toefje besluiteloosheid. Een schepje hondenzorg, opgediend op een bedje van hoge eisen aan mezelf. Vergezeld van een wolkje camperfrustratie.

Maar dit gevoel is niet allesoverheersend. Onder de streep ben ik gelukkig en dankbaar voor wat ik kan doen, met de vrienden en mijn lieve zussen en familie, met het feit dat ik gezond ben. Met mijn huisje en mijn dorp. Met mijn camper en mijn hond.

Ik ben niet uniek. Ik denk dat we allemaal die gevoelens in meer of mindere mate hebben.

Van het gerecht des levens…. Krijgt niemand een recept

IMG-20180505-WA0000.jpg

Vandaag zit zus Astrid met haar dochter Laura op de rommelmarkt…. met onder andere mijn spullegies…. You go for it Astrid!!

 

 

 

Home is where….

Beredruk heb ik het. Niet eens tijd om een blogje te schrijven. Inmiddels heb ik drie verhuurtjes achter de rug en één echtpaar huurt op dit moment. Ik schrijf deze blog in Barendrecht, waar ik met de camper twee nachtjes verblijf aan de Oude Maas. Schepen trekken voorbij. Water is altijd rustgevend. Het geronk van de scheepsmotoren stoort me niet. Het is rustig op de camping.

Ik kan goed wennen aan mijn nieuwe bestaan. Ik verblijf soms gewoon thuis, in de tuin met de camper. En soms trek ik erop uit. Maar ondertussen draait het leven gewoon door. De caravan is inmiddels door Wim in Stellendam gebracht. En met zwager Rob heb ik de voortent er aan gezet.

Het was toen smerig regenachtig weer. De grond van de camping was zompig. En zo was mijn humeur ook wel. Het was dat Rob toch de moed had om te beginnen met de voortent…  Tussen de plassen door stortten we ons op de puzzel van de stokken en de lappen. Ongelooflijk dat er dan toch ineens iets staat…

De dag daarna was het Pasen. En ik was ziek. Dat kwam goed uit. Geen afspraken en ik was met de camper op dezelfde camping gaan staan. Heerlijk rustig. Goede plek om uit te zieken. Gelukkig was Eetcafé de Stelle (wat een heerlijke tent) aan de binnenhaven van Stellendam open en ik heb daar kibbeling gegeten in het kader van vergelijkend warenonderzoek.

De caravan staat het hele seizoen in Stellendam. Met name voor Trudy, Rob en Tamisha. Ik heb toch maar even aan de receptioniste uitgelegd hoe het zit. Want een caravan, uit Ooltgensplaat (30 minuten rijden), die daar drie jaar in de tuin heeft gestaan, die van mij is, maar waar mijn zus en zwager vakantie in gaan houden, terwijl ik met een camper rondrijd? Dat roept wat vragen op. Ik vertel dat de caravan eigenlijk een ‘mantelzorgcaravan’ is geweest. En vertel van Leo. Dat ik daar soms in sliep om zo af en toe eens dóór te kunnen slapen terwijl een verpleegkundige dan de zorg overnam ‘s nachts en om soms even mijn eigen plek te hebben. Er gaat altijd wel een film draaien als ik daar over vertel. Toch voelt het goed het te vertellen.

Ja, die caravan stond er, de voortent er aan. Maar ik voelde me die dagen ineens wat down. Het was denk ik de combinatie van de sterke wind en daarmee bij mij de angst dat de voortent weg zou waaien. De zompige grond die nooit meer zou opdrogen. Spits die mank liep. De navigatie die kapot is. Mijn grieperigheid.  De druilerige regen en kou. En de constatering dat het seizoensplekje van de caravan naast een familie met tig kinderen ligt, inclusief trampoline, partytenten, een voortent zo groot als een circustent. Ik had het even helemaal gehad.

Maar de voortent bleef staan en doorstond de wind. De regen hield op. Spits loopt weer iets beter. De navigatie is opgestuurd. Ik ben weer beter. En de kinderen lijken rustig en goddank is er de leerplicht. Ze moeten toch echt naar school op die 6 weken na…

Zo kwam ik wel door mijn voorjaarsdip en de dag na Pasen ging ik naar een verjaardagsfeest van een 100 jarige in Hoek van Holland. Ik ken haar al sinds mijn 6e of 7e…. Heel bijzonder….

En woensdag bezocht ik de vorige eigenaren van ons huisje en overnachtte op de oprit van hun buren. De volgende dag naar Dordrecht, waar ik overnachtte in de Jachthaven. Vriendin Pauline kwam eten. Een heerlijke stek en mooi ook om Spits lekker uit te laten. Langs de Merwede…. Je kunt niet lekkerder wakker worden als je de luikjes opendoet en uitkijkt over allemaal bootjes.

Vrijdag een A-lokatie op het erf van Rina en Cees. Wij gingen naar de film in Rotterdam terwijl Spits zich vermaakte met beau, de hond. En met Cees uiteraard…

Zaterdag wild gekampeerd voor een kampeerterrein in Brabant (Oosterhout) waar ik dorpsgenote Laura en haar man Klaas bezocht. Ik wist dat ze een klein maar heel mooie woning in het bos hebben en ik heb daar genoten van een heerlijke barbecue en lekker gefilosofeerd over huisjes en campers en huisjes en campers en huisjes en nog meer huisjes en ik werd heeeeel erg hebberig van het huisje dat zij hebben en ook nog andere huisjes die daar staan maar …. Ik heb al een huis…

Dan op zondag een dagje op het eigen erf. En eigenlijk is dat ook een triple-A lokatie. Perfecte wifi, electriciteit, water, afvoer van toiletcassette op riool en vuilwatertank legen op riool, heerlijk de ruimte voor Spits in de omheinde tuin (hoewel hij toch voornamelijk in de camper ligt – deels omdat hij gewoon schijterig is voor hommels die je nu overal hoort ), stilte, een grote overdekte picknicktafel, een zalig bosje om de hoek, een vijver met zoveel leven dat je er nooit genoeg van krijgt….

Kijk, als je in je camper zit en vanaf je luie stoel ziet dat er een merel in de vijver zit te badderen, als je vanuit je luie stoel de lammetjes op de dijk ziet, als je de beginnende bloesem van de appelboom ziet, als je de kikkers ziet en het zonnetje voelt… ja, dan denk je echt. Dit is ook een heerlijke plek.

Maar… ik kan toch ook niet genoeg krijgen om te karren met die camper en dan leuke dingen te doen. Vandaag had ik een broodjesdate met zus Trudy in Heinenoord. En morgen komen zwager en schoonzus Sia en Rien eten in de camper. Met uitzicht op de schepen. En dan woensdag maar weer ’s op huis aan.

Maar huis, dat is ook mijn camper. “Home is where I lay my head”… zei Leo altijd. En zo is het!

 

 

 

Rust

Het is wel meteen de vuurproef. Overnachten in de camper in de koudste nachten van maart sinds 1909 als ik me niet vergis. Als ik dit overleef, dan kan niets me meer gebeuren. Maar het zorgt wel meteen voor wat hoofdbrekens. Want moet ik nu de buitenkraan niet afsluiten? Zo erg vriest het nu niet. Dus ik nam de gok.

Maar gisteravond probeerde ik de kraan open te draaien en toen kwam er geen water uit. Dus die was bevroren! Ik kom mezelf wel voor de kop slaan. Gelukkig was het loos alarm want vandaag kon ik probleemloos mijn watertank vullen.

Je moet wel een sterk hart hebben om een camper te hebben. Want er kan veel kapot gaan. Zo stopte de gaskachel er gisteren ineens mee. In deze kou! Ik had een gasfles gewisseld en toen ging hij niet meer aan. Rood lampje. Een paar keer opnieuw geprobeerd. Ook na een tijdje. Dus ik moest gaan slapen met een electrisch kacheltje. Dat is niet fijn. Maakt herrie. En dan lig je te balen. Kapotte kachel. Wat gaat dat betekenen? Grote reparaties?

Vanmorgen nog een keertje geprobeerd. Maar nog steeds geen sjoege. Op die momenten word ik wel een beetje onzeker. Ga ik weer twijfelen. Is dit nou geen gekkenwerk? Maar ik leg dat weer naast me neer. Een camper is kwetsbaar en er kunnen dingen stuk gaan. Zo simpel is het. En ik bedacht me ook dat ik niet moet verwachten dat ik nooit meer een stressmomentje zal beleven. En om de pijn te verzachten riep ik nog even wat stress- en frustratiemomentjes uit mijn vorige leven op. Het maken van een purchase order in een boekhoudsysteem. Het bijwonen van vervelende vergaderingen. Het moeten knijpen in een contract terwijl dat eigenlijk niet kan. De files. De onzinnigheid van bepaalde managementprogramma’s. Joh, die kachel. Hahaha. Is dat alles???

Dus ik belde het camperbedrijf op.

Op die momenten moet ik sterk aan Leo denken. Die natuurlijk ook eigenlijk continu achter de feiten aanliep op het schip. Altijd was er wel iets kapot of ging er iets kapot.  “Wen er maar aan” zei hij dan.

En als hij dan iets moest laten maken dat veel geld kostte, of iets duurs moest kopen zei hij steevast: “je moet het zó zien; je moet blij zijn dat je het kunt kopen, of dat je het kunt laten maken…. “. Dus toen ik vanmorgen naar het camperbedrijf reed, waar ik de laatste tijd dus wel wat vaker kom, bedacht ik dat het fijn was dat er zo’n bedrijf op ons eiland is. Dat ik er direct terecht kon. Dat ik het kon laten maken. Kijk, dat voelt meteen anders….

Gelukkig was dit ook loos alarm. Kort nadat de camper naar binnen gereden werd, kwam de monteur naar me toe en zei dat de kachel het gewoon deed ;-). Vraag niet hoe het kan maar geniet ervan….

Dat was weer een meevaller.

Op de terugweg ging ik even naar het Ooltgensplaatse sluisje waar ik Willem en Ine ontving in de camper met koffie, omdat we een wandeling gingen uitzetten.

En afgelopen weekend heb ik de flamingo’s gezien met een bont gezelschap.  Zo’n gezelschap dat verschillende delen van je leven op een prachtige manier samen laat smelten. Een paar vrienden uit mijn tijd in Delft, die ik ken sinds 1981. Twee vriendinnen, die 17 jaar mijn collega bij Pfizer zijn geweest en met wie ik lief en leed heb gedeeld. Mijn lieve zus Jannie met kleinkind. En last but not least mijn huurder ;-); een Portugese ingenieur die ook graag de flamingo’s wilde zien. En die uiteraard zijn ogen uitkeek. “I have never seen flamingo’s in Portugal”…..

Ik leef in de camper en doe ondertussen allemaal leuke dingen. Donderdag ging ik naar de sauna, vrijdag naar oud-beijerland om een verlengsnoer te kopen voor de wifi zodat ik nu goed internet heb in de camper. Zaterdag op de borrel bij Madeleine. Zondag zag ik de flamingo’s en daarna at ik kibbeling in Restaurant Grevelingen. Gisteren dus de koffie en het uitzetten van de wandeling na een bezoekje aan de garage. Gisteravond bijeenkomst in de Proeverij met de fotoclub. Morgen naar Den Bosch, lunchen bij zwager en schoonzus met zwager en schoonzus. Woensdag lunchen met oud-collega. Donderdag de gast uitchecken en afspreken met andere pfizercollega’s. Dan vrijdag naar de borrel in de Proeverij. Oh, ik heb het erg druk met dingen waar ik nu tijd voor heb. Dat lijkt een contradictio in terminis maar je begrijpt wat ik bedoel….

Maar wat is dat heerlijk.

Het is klerekoud. Maar de camper is warm. En ik ben zo blij dat het werkt. Het kan alleen maar leuker worden. Als het warmer wordt. Als ik buiten kan zitten. Lekker in de tuin kan werken. Met de camper aan het water kan zitten. Op een stoeltje in de zon.

Maar nu, nu heb ik het ook naar mijn zin. Gewoon omdat mijn plannetje werkt.

Ik kreeg gisteren nog wel de vraag “Syl, heb je nu wat rust?”. Ik werd wat overvallen door de vraag. Maar het was een goede vraag. Ik  zat er die avond even over door te denken. En eigenlijk raakte de vraag me. Ik moest er zelfs van huilen. Maar dat kan ook door de wijntjes komen.  Ik vroeg me af wat rust betekent. Ik lees altijd over mensen die zich na een ingrijpende gebeurtenis zoals de dood van hun geliefde storten in allerlei dingen. Die dan na een tijd de klap krijgen. En dan vraag ik me af of mij dat ook gaat gebeuren.

Maar ik denk dat het leven niet geschikt is om altijd rust te hebben. Ik heb geen rust, want ik ben bezig. Maar ik heb wel vrede met wat er is gebeurd. Met de dood van Leo. Hoewel het veel verdriet geeft.

Ik ga niet zitten wachten want waarop moet ik wachten? Mijn leven is totaal veranderd en wordt nooit meer hetzelfde. Maar ook als Leo er nog geweest zou zijn en gezond zou zijn gebleven sluit ik niet uit dat mijn leven zou veranderen. We hadden immers het plan voor de camping in Noorwegen.

Ik heb een gezonde spanning over deze nieuwe stap. Een stap die niet zo gebruikelijk is. Geen mainstream. Ik weet waar ik mee bezig ben. Maar niets gaat vanzelf.

Kijk, dát besef, dat geeft me rust….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Syl verhuurt haar huisje!

De kop is er af. De eerste gasten zijn weer vertrokken en de tweede heeft maandag ingechecked.

Het liep harder dan ik dacht. Na de verf-, lak- en opruimsessies had ik mijn huisje op een boekingssite gezet. En het stond er nog niet koud op of de eerste boeking kwam binnen. Vier dagen met Hemelvaart. Maar kort daarna kwam er nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En óók eentje die al snel wilde komen.

En zo liep ik toch nog wel enigszins in de stress afgelopen vrijdag mijn laatste rondje door het huis. Het was leeg, schoon en uitnodigend. En de persoonlijke spulletjes stonden achter zelf gefabriekte luiken die met een stang en een slotje vergrendeld waren. De inloopkast op de slaapkamer was afgesloten en ook de voorraadkast heb ik met een vernuftig systeem tijdelijk ontoegankelijk gemaakt.

Er zijn keuzes gemaakt. Mogen de gasten mijn olijfolie gebruiken? Mijn koffie-apparaat? Mijn föhn? Mijn strijkijzer? Mijn stereo-installatie?

Langzaam maar zeker zag ik steeds meer voor me hoe het er uit zou moeten gaan zien.

Bert timmerde een hek tussen de voor- en achtertuin, zodat nu duidelijk is wat privé-terrein is en wat voor de gasten bedoeld is. Gerard pimpte de keuken. Carolus maakte van mijn koffie apparaat een floating coffee device. Rob sausde de benedenverdieping en de luiken. Trudy voorzag me van verfklusvriendelijke (lees: kant-en-klare) maaltijden. En diverse vrienden en familie verleenden me geestelijke bijstand en hoorden me eindeloos aan over mijn verhuurplannetjes.

Met het verhuren van mijn huisje verdien ik een centje bij. En dat is altijd fijn. En als het niet goed meer voelt, dan stop ik er mee. En dan heb ik er helemaal geen buil aan gevallen. Want ik heb feitelijk niets geïnvesteerd op wat nieuw beddengoed na. Voorlopig word ik steeds enthousiaster.

Ik heb de smaak nu al te pakken. Terwijl ik tegen mezelf heb gezegd dat ik eerst maar eens moet gaan ondervinden hoe dit voelt. Maar alles klopt. Ik maak het mensen graag naar de zin, zelfs als dat betekent dat ik ze gewoon vooral met rust moet laten. Ik zit niet te wachten op meer sociale contacten. Maar wel vind ik het leuk om ambassadeur te zijn van mijn dorp, mijn eiland, mijn land. Ik vind het leuk als ik een goed huisje kan verhuren. Een rustig, gezellig, comfortabel, compleet huisje. Waar mensen met plezier in vertoeven.

Ik heb het er maar druk mee. Want de informatie op de boekingssite kan nog beter. Ik wil meer informatie in het huisje voor de gasten. Ik wil een logo, visitekaartjes. Ik moet snel met mijn boekhouder gaan praten over de do’s en don’ts. Ik wil alle rommel die ik nu over heb nog weg doen. Ik moet snel tv gaan aansluiten, de kitranden vernieuwen, de stijlen nog lakken, de zeepbak van de wasmachine schoonmaken, de gebruiksaanwijzing van het huisje in het Duits laten vertalen, mijn Duits ophalen, de vloer in de was zetten, de nieuwe luxaflex tzt bevestigen, rolgordijnen kopen voor de slaapkamer, een nieuw vloerkleed kopen en een kleine salontafel bij de kringloop, de kastanjeboom kappen want die is ongeneeslijk ziek, …..

Het komt de laatste weken weer voor dat ik bekaf ben en oh, wat is dat heerlijk. Wat slaapt dat goed. Ik heb weer een doel. Mijn huisje verhuren. En mijn huisje nog leger maken, zodat het nog makkelijker in de verhuurstand geschoven kan worden. Nog meer zooi uit mijn huisje is heerlijk. Het werkt verslavend. Ik heb nu al kasten leeg gemaakt voor de gasten en weet je, ik wil gewoon dat die leeg blijven, ook als ze weer weg zijn. Alles wat ik beetpak, bekijk ik nu anders. “Is dit het waard heen en weer gesleept te worden?”.

Persoonlijke spulletjes die me dierbaar zijn en waar niets mee mag gebeuren…. Ja, die heb ik wel. Maar het zijn er niet veel. Ook mijn meubels zijn me wel dierbaar maar als er iets mee gebeurt krijg ik er geen buikpijn van. 90% van mijn inventaris is van de kringloop. Behalve mijn mooie blauwe schaaltjes. Ik heb overwogen die weg te zetten want daar ben ik aan gehecht. Maar ik laat ze staan. Dan mogen de huurders er ook van genieten. Als er eentje valt is het jammer. Maar het is maar een schaaltje. De stereo is me ook dierbaar. Ik moet me nog verdiepen in een eventuele verzekering. Maar Leo wa s tegen verzekeringen en die had het als huurder zeer gewaardeerd als er een goede installatie was. Ik wil angst niet laten regeren. Shit happens. Vooralsnog is de stereoinstallatie het duurste wat er in mijn huis staat. Ik heb overigens wel een verhuurdersaansprakelijkheidsverzekering (mooi woord voor galgje) afgesloten. In verdere eventuele verzekeringen ga ik me nog verder verdiepen, mens ik heb het zo druk.

En ze mogen ook mijn badeendje gebruiken.

Ja, persoonlijke spulletjes. En dan het idee dat er mensen i n je bed slapen. Ja, daar moest ik ook aan wennen. Maar daar was ik ook gauw klaar mee. Ik slaap toch ook zonder enig probleem in een bed in een vakantiehuis? Wel heb ik mijn eigen beddengoed en gebruik ik matrasbeschermers. Maar verder..

Oké. Ik heb ook de foto van Leo van de muur gehaald. Maar die zou er alle begrip voor hebben. Hij wist precies wat het betekent om je leefruimte ter beschikking te stellen aan gasten. Op de Hollandsch Diep was de salon het gehele seizoen voor de gasten. Pas in de winter werd het weer de eigen huiskamer. Ik ben dus wat dat betreft ook wel aan dat fenomeen gewend.

Ik kan me verheugen om mijn berging in de tuin op te ruimen en alles wat daar is verzameld weg te brengen naar de kringloop of anderszins, zodat daar ook weer ruimte ontstaat. En dan wordt het verhuurmechanisme een geoliede machine want de infrastructuur is er al.

Ik zelf vertoef namelijk in mijn camper als mijn huisje verhuurd is. Met alle voorzieningen. Douche, toilet, keuken, verwarming, airconditioning (heb ik thuis overigens niet!), tv, zithoek, logeerkamer, koelkast, vriezer. En die staat op mijn erf waar ik electriciteit heb, en water. Mijn toiletcassette op het riool kan legen en mijn vuilwatertank. Waar ik een sfeervolle overkapping heb voor de zwoele zomeravonden. Waar ik aan het water kan zitten. Waar ik privacy heb omdat de gasten hun eigen ingang hebben en niet door mijn gedeelte hoeven….

Ik ben graag in mijn camper. Zo zat ik gisteren met mijn benen omhoog van een wijntje te genieten. Ik had een bosje bloemen gekocht, en had net Spits uitgelaten. Die voelt zich ook thuis in de camper.

Ik kan me al verheugen op de zomer. Er is al een boeking van 10 dagen en een van 14 dagen. Jij mag bedenken wat ik in die tussentijd ga doen. Op stap met de camper. Of daagjes vanaf huis. Een nieuwe bril kopen (o nee, die heb ik al!!). Wandelen, zwemmen, op visite, winkelen, ik heb ook mijn kleine autootje nog. Mijn leven gaat gewoon door als ik een “verhuurtje” heb… Zo zit ik ook deze blog te schrijven bij Anita en Hennie in Leerdam. Ga ik vanavond ik Oude-Tonge naar de sauna, hoop ik morgen de nieuwe Proeverij te zien, en ga ik volgende week de caravan schoonmaken en klaarmaken voor vervoer naar de camping.

Soms betrap ik mezelf erop dat ik nadenk over wat de mensen ervan zullen denken. Zo’n beetje een roma-achtige levensstijl, met je caravan, en camper zo, en dan nog wel op je eigen erf.

Maar eigenlijk ben ik ongelooflijk hip en duurzaam. Ik verhuur mijn eigen woning, zodat er niet méér recreatiewoningen gebouwd hoeven te worden (zo benut ik bestaande bouw boven nieuwbouw). En mijn camper s gewoon mijn eigen “Tiny House”. Oké, het is wel een diesel, maar ik kan niet alles tegelijk…

“Nee, Musch”, zeg ik dan tegen mezelf, “weet je, zo met je campertje op toer, en je huisje verhuren, dat vinden wij niet raar……”