Waarom goedkoop doen als het duur kan?

Iedereen heeft zijn wensen voor het nieuwe jaar. Even buiten de gebruikelijke, die meer in de categorie gezondheid, vriendschap en geluk vallen, heb ik er nog een paar. Namelijk dat iemand in 2014 iets uitvindt waarnee de hoes van het dekbed gewoon netjes bovenaan in de hoes blijft zitten. Dat er een haarverf komt die gewoon wél in één keer grijs/wit kleurt, en dat iemand een alternatief bedenkt voor die lelijke gele barcodelabels in de oren van koeien. En waar blijft de draadloze energie; al die snoeren lekker weg? Waarom zijn er nog geen multifocale glazen die wél makkelijk lezen? Waar blijft het benzinestation waar je niet in de kou hoeft te tanken terwijl je uit je hemd staat te waaien? Maar het zijn natuurlijk luxeproblemen.

Er zijn genieën op deze wereld die wonderbaarlijk efficiënte oplossingen bedenken voor allerhande ongemakken (*). Maar die gave heeft niet iedereen. Neem een specialistisch ziekenhuis in Rotterdam met een logistieke uitdaging. Patienten die geopereerd moeten worden dienen daar bij de voorbereidingen een aantal onderzoeken te ondergaan en daartoe een aantal lokaties in het ziekenhuis te bezoeken op één dag. Het bleek reuze ingewikkeld dat adequaat bij te houden… Dus daar heeft men een bijzonder efficiënte oplossing voor gevonden; Ipads!! Nu wordt aan alle patienten een Ipad ter beschikking gesteld waarmee de behandelaar kan registreren dat de patiënt daar geweest is. O zo handig; nu kun je op het eind van de route zien of er posten zijn overgeslagen… (!) Een A4-tje met een checklist met de te bezoeken lokaties en een vakje ervoor dat aangekruisd kan worden had ook kunnen werken, maar ja, dat is niet sexy. En als supermodern ziekenhuis kan je daar niet mee aankomen tegenwoordig. Slecht voor je imago. En waarom makkelijk en goedkoop doen als het duur kan?

 Ik krijg steeds meer behoefte aan franje-loze effectiviteit. Sobere bushokjes zonder design die niet kapot kunnen. Simpele apparaatjes zonder electronica. Gewone aankruislijstjes met een nietje erdoor. Zo’n mooi, praktisch, degelijk, goedkoop en efficiënt nietje. Maar…. een paperclip mag ook. Ik ben niet zo moeilijk..

(* zie hier alle handige oplossingen)
met een sneak preview:

En in de link nog 87 andere ideeen

En in de link nog 87 andere ideeen

Een vrijwilligster met een knot, dat willen we!

De mevrouw van de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers in het Bronovo Ziekenhuis vergeet ik nooit. Ze had naast een grijze fletse knot ook een kleine ruimte met oncomfortabele houten stoeltjes in een inpandige ruimte. Met TL buizen in het plafond.Je kon er als bezoek maar ook als patiënt roze koeken kopen en gevulde koeken. En champignonsoep in een plastic bekertje. 25 cent kostte dat en dat was ook in die tijd een koopie. Ook koffie en thee natuurlijk maar daar hield het ook wel zo’n beetje mee op. Als personeel gingen we daar ook regelmatig shoppen. Want het kostte een  grijpstuiver en die soep ging nooit vervelen. Dat kan niet meer.

Tegenwoordig wordt er koffie verkocht door cateraars die de ruimte in het ziekenhuis kunnen pachten waardoor het ziekenhuis inkomsten krijgt die de patient ten goede komen. Zoals een mooie muurschildering waar niemand ooit om gevraagd heeft, design balies of 22 televisiekanelen op het tv net. Of een kunstwerk in de parkeergarage…. Daar zit blijkbaar iedereen op te wachten en dat rechtvaardigt de 2.95 euro voor een kopje koffie. En roze koeken zijn niet te koop. Alleen de gebaktopper van de duurste lokale (dat scoort nog beter) banketbakker. Maar daar zeur je niet over als je vader terminaal is. Dus dan trek je je knip en dokt. En de volgende dag ook. En de volgende dag ook. Want dan is tante Truus er en die lust ook gebak.

“Er is ook een sociaal assortiment” roept dan de cateraar. Maar ja, als er zoveel luxe te koop is, en je kan met een zwaar zieke het restaurant bezoeken, dan wil je niet bezig zijn met prijzen. Dan bestel je wat je ziet, en daar varen die ziekenhuiswinkeltjes wel bij. Immers, wat voor keuze heb je als patient of bezoeker?

En die ziekenhuiswinkels scoren ook o zo goed in de lijstjes van Elsevier of de gastvrijheidlijstjes waar het ziekenhuis op afgerekend wil worden. Voor een beetje score in die lijstjes kun je niet aankomen met alleen roze koeken en zeker niet met champignonsoep uit een bekertje. Maar je maakt de blits met de verkoop van exclusieve liflafjes en inspirerende broodjes.

Als je het je kunt permitteren is het o zo lekker. Maar er is een grote groep die dat niet kan. En vraag die maar eens wat ze écht willen. Dan weet ik het wel. Een roze koek en een bekertje koffie uit de automaat. Op houten stoeltjes in een inpandig door TL buizen verlichte ruimte. Met een ietwat tuttige UVV-er. En een gratis parkeerplaats. Dat is pas hospitality.

Deze roze koeken zijn bekend als: "roze koeken"

Deze roze koeken heten roze koeken omdat het roze koeken zijn.

Een nieuwe relatie?

Het was een mooie wandeling. En de man met wie ik een date had viel niet tegen. Het gesprek ging soepel, de klik was er en de zon scheen uitbundig. Kees (laat ik hem zo noemen) vertelde dat het maar niet lukte met zijn relaties. Openlijk vertelde hij dat ze vaak in het beginstadium al strandden. Het liep steeds op niets uit. Éen date had hondjes waarmee hij niet uit de voeten kon, de andere had een dochter die niet deugde en de derde rookte. “En altijd ging het stuk op die laatste 3%” verzuchtte hij, terwijl ik me afvroeg wat bij mij die fnuikende 3% zou kunnen zijn, want verder ben ik natuurlijk perfect.

Ik was best enthousiast al viel mij wel op dat hij in een bepaalde routine alle mogelijke thema’s efficiënt de revue liet passeren; politiek, muziek, vakanties, familie en – last but not least – de financiën. Voor hem extra relevant omdat hij vertelde het jaar ervoor nog miljonair te zijn geweest. Maar slechte aandelenkoersen een een grillige beurs hadden hem die titel bruut ontnomen.

Het was erg warm en hij vroeg me waarom ik een lange broek droeg. “Dat doe ik altijd, ik draag nooit korte broeken”. Die vraag had ik niet verwacht, maar thuis gekomen bleek het wel een hot issue, want hij had buiten een globale evaluatie van de aangename wandeling nog een aanvullende vraag over mijn broek. Waarom ik geen korte broeken droeg. “Dat doe ik nooit want ik heb geen mooie benen. Cellulitis en spataderen en wit.” mailde ik jolig. En ik dikte het nog even aan omdat ik daar de lol wel van inzag en ik héb cellulitis en spataderen. Niet wereldschokkend overigens, maar dat hoefde hij in dit stadium niet te weten, vond ik. Bovendien vulde ik voor de zekerheid nog aan dat ik er geen complex van had.

Kees was daadkrachtig en besluitvaardig want per omgaande kreeg ik een mailtje terug. Daar kon hij werkelijk niet mee leven. Ik was verder hélemaal okee en hij vond het jammer maar of we het hierbij dan maar konden laten.Ik denk de laatste tijd bij het selecteren van leveranciers nog vaak terug aan die tijd van daten. Zo kreeg ik eens van een contact via een datingsite een uitgebreide vragenlijst om in te vullen. Hij had het er druk mee, want ik was niet de enige.

Hij had een shortlist gemaakt en liep niet in de valkuil om op voorhand al te close te worden, dus hij hield zich op de vlakte en communicatie bleef beperkt tot het toesturen van de vragenlijst met meerkeuzevragen over allerhande thema’s in het leven. Éerst invullen, dan praten we verder… Ik knapte af. Geen enkele menselijke toon, geen contact, geen gesprek. Voor hem was het de eerste selectie, daarna kwam de rest. Het was waarachtig eigenlijk een grondige RFI (*).

Kees had dat mondeling gedaan natuurlijk.Eigenlijk kun je wel stellen dat Kees gelijk had. Net zoals in relaties er nooit een 100% match is heeft elke leverancier ook wel 3% die we liever kwijt dan rijk zijn. En je komt daar ook niet meteen achter, alle face-to-face contacten en RFI’s (*) ten spijt. De spataderen van de leverancier zeg maar…. De varices-factor… Maar vaak blijk je met die 3% wel te kunnen leven. Je moet wel.

Maar Kees wilde daar niet aan. Ik volgde hem nog wel heimelijk via de site en begreep dan ook waarom hij een jaar daarna nog steeds aan het wandelen was…. Al wandelend op zoek naar de verborgen gebreken.

aanbesteden
* RFI = Request For Information; een vragenlijst die bedrijven in het beginstadium van een aanbestedingstraject sturen naar potentiele leveranciers met vragen om inzicht te krijgen in de leverancier, zoals personeelsbeleid, milieu, solvabiliteit, referenties, etc. Uit dit “vooronderzoek” kunnen dan verdere keuzes gemaakt worden, waaronder de vraag of de leverancier mede mag inschrijven.

Ik ben een beetje dom…..

Ik heb het altijd meesterlijk kunnen verhullen. Dat ik geen verstand van telefonie heb.  Deed altijd wel mijn best om het een beetje te snappen en in de tijd dat VOIP opkwam, blufte ik wel even dat “Voice Over Internet Protocol” wel iets was waar we iets mee moeten doen. Verder was het altijd een kwestie van een goede band met IT houden en benadrukken dat digitále telefonie wel gewoon bji IT hoort. Misschien wisten Ben, Peter, Bert en cs. wel dat ik dat ook voorál vond omdat ik er gewoon de ballen verstand van had.

Het wordt namelijk steeds ingewikkelder. Thuis al heb ik het opgegeven en zorgt mijn man voor de telefonie. Daar ben ik erg blij mee. Vooral toen ik mijn telefoon verloor en hij gewoon een tweede simkaart met al mijn contacten tevoorschijn haalde.

Mijn eerste contract dat ik tekende als inkoper in mijn huidige job was uitgerekend een contract voor de mobiele telefonie…. Dat was nog niet alles. Tevens bleek dat mijn voorganger ook telefoons bestelde, simkaarten aanvroeg, en alle abonnementen liet afsluiten.

Ik ken mijn verantwoordelijkheden en moest er dus aan geloven. Uitbesteden was geen optie. Maar  gelukkig was daar Ronald. Ronald was de contactpersoon van KPN en ik bouwde in no-time een band met hem op. Stomverbaasd was ik dat ik Ronald kon bellen, en hem metéén, zonder één keer doorverbonden te worden, aan de lijn kreeg. Bij KPN!! En hij was bereikbaar, hij was snel, hij was vriendelijk, kundig en begripvol. Want tussen de regels door had hij wel door dat ik niet zo’n bijster groot telefoonhart had.

We hebben verleden week een webinar van KPN gehad als instructie voor het webportal dat we bij het nieuwe contract kunnen gaan gebruiken. Het zou o zo handig zijn omdat we “dan alles zelf als bedrijf konden bijhouden”. En de kosten eenvoudig konden doorbelasten. En o ja, daar hoorde ook natuurlijk het totale bestelpakket bij en alle handelingen, het afsluiten van abonnementen, en de hele reut, ja. En inmiddels is besloten dat de inkoper kwartier gaat maken en de webportal als eerste gaat gebruiken en testen.

Ik had het even niet door en in mijn onschuld belde ik verleden week het nummer van Ronald. Ronald was met vakantie – dat had mij mij ook verteld, nog net niet waar naar toe. Ik kreeg zijn collega. Maar die zei dat hij mij niet kon helpen. Want “uw instelling doet alles tegenwoordig zelf”. Hij zei me dat er iemand bij ons zou zijn die alles voor me kon regelen, de telecommanager. Met een schok drong tot me door dat ik dat zelf was. Durfde niet te zeggen. “O, sorrie, ik was even vergeten dat ik dat zélf ben. Ik ben een beetje dom, mijnheer….”….

Dus ik stort me op Simkaarten, porteerkwesties, abonnementen, en toestellen, en thuis heb ik inmiddels geen extra simkaart meer en heb een extra setje contacten in the Cloud. Weet van nano, micro, mini en duo simkaarten. Van Nokia’s en Iphones. Bundels en datalimieten, en als telefoonchef autoriseer ik wat mensen mogen doen met hun telefoon. Machtig voelt dat wel. En het geeft voldoening als iemand door mijn toedoen kan bellen. Maar ik haat het, ik haat het.

Een identiteitscrisis is het nog net niet geworden. Want leven is veranderen. Als dochter van een “telefoonboer” bij Ericsson voelt het dubbel. Opgegroeid tussen de ijzerdraadjes van telefoonkabel waar ik poppetjes van boog. Dáár was ik heel goed in! Overigens! Echt wel.