Rouwverwerking bestaat niet….

Het is leuk om stukjes te schrijven. Over foute caravanhandelaren en voegenfris (ps. De caravan is nog steeds droog). Ik doe dat graag. Maar mentaal loop ik de laatste tijd soms te ijsberen over de vraag in hoeverre ik zal schrijven over mijn gevoelens na het overlijden van Leo.

Mijn leven is totaal veranderd. Er heeft zich een nieuwe fase aangediend. Een fase waarin ik onbezorgd lol kan hebben, erop uit kan trekken, kan ontspannen. Maar ook een fase waarin ik pijn heb, verdrietig ben, en Leo mis.

En op de één of andere manier voelt het dan niet compleet als ik alleen maar leuke stukjes schrijf. Want ‘dat andere’ is er ook.

Maar wie heeft ooit gezegd dat mijn blogs een weerspiegeling van mijn leven moet zijn, in dezelfde verhoudingen als de inhoud van mijn blogs? Dat zijn eisen die ik mezelf opleg. En die ik dus ook los kan laten.

Ergens zit er ook nog een aarzeling om te schrijven over privé-gevoelens. Kijk, het gevoel opgelicht te worden, dat kan je delen. Het gevoel tekort te schieten in je voegenfrisheid, dat kan je delen. Het gevoel dat je blij bent met de camper, dat kan je delen….. Maar die andere gevoelens. Van onmacht, van verdriet, van pijn….

Daar heb ik meer moeite mee. En waarom dan, vraag ik me af. Het is deels omdat ik weet dat er nog zoveel meer ellende op de wereld is. (zie deze blog die ik eerder daarover schreef) En ook heel dichtbij. Bij mensen die geen blog schrijven. Omdat ze te moe zijn, omdat ze het niet kunnen, niet willen. Omdat ze hun verdriet in stilte moeten dragen. Omdat hun verdriet gewoon eenvoudig niet te beschrijven is. Of omdat ze er eenvoudig onmogelijk de tijd voor hebben. En dat zijn niet alleen mensen in Mosul, in Jemen of Iran. Dat zijn ook mensen hier om me heen. Van wie ik door de situatie met Leo ook blogs voorbij zag komen. Mensen met meervoudig gehandicapte kinderen. Mensen met een partner die dement wordt. De lijst is oneindig. Dan voelt de aandacht die ik met en door mijn blog krijg eigenlijk zo, ja, hoe zal ik het zeggen, onterecht….

Maar dan besef ik dat ik hetzelfde reageer als veel mensen die ik sprak toen Leo ziek was. Ze zeiden vaak “ach, maar dat is niets, het is niets vergeleken dat wat Leo moet doorstaan”. Ik vond – en vind nog – altijd dat de pijn die je doormaakt niet tegen elkaar af te zetten is. Dat er ergens iets ergers is (en wie zegt dat het erger is, is er een schaal van “erg”?) betekent niet dat jouw pijn er niet toe doet.

Ik vraag me af waarom ik blogs zou schrijven over dat wat er nu met mij en mijn leven gebeurt. Eerder had het allemaal o.a. als doel de MSA bekendheid te geven. Maar dat hoofdstuk is afgesloten. Het gaat nu dus om mij. En je moet wel heel gezocht gaan redeneren om daar een groter belang aan te verbinden. Soms is het onderhoudend, leuk stukkie schrijven. Maar wat drijft me om de diepte in te gaan? Steeds probeer ik dus een soort legitimatie te vinden om te schrijven over die “andere” dingen. Ik vind genoeg argumenten om het niet te doen. Omdat het te privé is. Omdat er ergere dingen zijn. Omdat het niet moet zijn om aan de verwachting te voldoen of om aandacht te krijgen. Omdat dat wat ik voel toch nooit onder woorden te brengen is. Omdat het echt niet uniek is om iemand te verliezen.

Er is recent een serie geweest over “Kijken in de Ziel” waar mensen aan het woord kwamen die niet lang te leven meer hadden. Ik heb het bewust niet bekeken. Te close. Te privé. Laat emoties maar privé zijn. (En zo had ik er ook in gezeten als ik géén man had die terminaal was). Tenzij het een groter doel dient, zoals bekendheid over een ziekte als MSA. Of om inzicht te geven in de frustratie als een hoofdsteun niet geleverd wordt door een firma. Maar emoties over het verlies van je man. Daar zou je niet over moeten schrijven.

Dat is natuurlijk kul. Ik kan er over schrijven en het is aan de lezer of die het leest. Maar het is een feit dat stukjes over wezenlijke dingen meer gelezen worden dan de stukjes over luchtige onderwerpen. Zijn alle lezers dan sensatiezoekers? Ramptoeristen? Of is het echt de behoefte aan herkenning. Is het meeleven. Is het omdat het over dingen gaat die er toe doen?

Ik besef dat ik soms erg veel nadenk. Maar ik voel ook dat ik graag wil delen hoe bijzonder dat moment was, op die doodstille camping in Friesland, waar ik op een avond het hele verhaal rond het overlijden van Leo van A tot Z uitgebreid kon vertellen. En heel hard kon huilen. Met de arm van mijn zussie om me heen.

En ik wist dat het nodig was om dat verhaal te vertellen, omdat er éérder anderen waren waar ik mee praatte. En die me lieten praten. Of me vragen stelde. Waar ik soms hélemaal niet op in ging. Maar die me wel deden beseffen dat daar iets zat wat het meeste pijn deed. Zo heeft elke vraag zin. En heeft elk gesprek zin. En heeft elk contact zin. Soms vluchtig, soms diepgaand. Kijk, en dát vind ik dus het vermelden waard! En natuurlijk dat ik zo blij met mijn zussen ben. En familie. En vrienden.

Rouwverwerking bestaat niet. Zei deze man. Ik ben het met hem eens. Luisteren…… En dan niet verwachten dat meteen iemand in huilen uitbarst. Dat komt later wel…. Bij mij tenminste.

Entertainment

Het is niet zomaar een stemmetje in me. Nee, het is een megafoon. Die brult in me. “GAS!”. Ik rijd met de camper over een middelgrote camping in Frankrijk. Pauline heeft net ingechecked en we zijn op zoek naar onze plek. Nummer 54.

Tijd om na te denken waar die is hebben we niet want waar je ook staat met je camper, bij de entree sta je per definitie in de weg. Mede omdat er links en rechts, bovenop de beperkte ruimte ook nog eens marktkramen zijn neergezet waar ik nog maar net tussendoor pas. De kaasjes worden door mijn uitlaat nog eens lekker gerookt.

Maar net als ik verder wil rijden komt het entertainment team ons tegemoet. Ze versperren de weg en ik kijk in de ogen van een konijnachtig wezen. Wij willen doorrijden maar hij blijft staan en staat voor onze camper te zwaaien met een stuk of 10 kinderen om hem heen. Ik heb er vertrouwen in dat het ding aanvoelt dat ik niet van konijnen houd en zeker niet op dit moment en door wil rijden maar het is hardleers. Ik negeer hem en draai mijn hoofd weg. “GAS” hoor ik weer in mijn hoofd en ik zie in gedachten mijn voet op het gaspedaal en besef dat er maar 6 centimeter nodig is om …. Maar een andere stem zegt dat het teveel rompslomp en oponthoud geeft en het is zonde van de kindertjes.

Uiteindelijk zwaait het monster af en we rijden door in rondjes want waar nummer 54 is weten we niet. De camping is zeer krap opgezet en we manoeuvreren tussen scheerlijnen en plastic tuinsetjes door waar Franse families ons met hun biertje in de hand gadeslaan. En Pauline krijgt de slappe lach. Bram zakt wat verder onderuit in zijn stoel en schuift de vitrage dicht. Uiteindelijk komen we bij onze plek. Met een paar keer steken waarbij ik de neus van de camper in de voortent van de overburen moet wrikken staat de camper op zijn plek. Maar niet voor lang want ik moest toch echt nog de vuilwatertank legen en de toiletcassette en schoon water tanken. Maar we drinken even wat en komen even bij. Dan start ik tot grote verbazing van alle buren wederom de motor. Tevoren had ik even gekeken waar het loosstation was. Dus zo tuffen we weer terug richting entree tussen een andere rij marktkramen.

Een moment later open ik de kraan en met een grote straal loopt de camper leeg. Het is raar te constateren dat het altijd een gevoel van opluchting geeft; alsof je je toch identificeert met zo’n camper. Ik kom een beetje tot rust als ik water sta te tanken als daar wederom het beest aankomt. Hij staat naast me te zwaaien en als blikken konden doden lag hij nu te stuiptrekken maar hij is onvermoeibaar. Ik sta me te verbazen over zoveel onvermogen om te zien dat iemand geen behoefte heeft aan infantiliteit. Mijn verbazing wordt nog groter als ik zie dat hij via de bestuurdersstoel naar binnen probeert te stappen om Bram te gaan vermaken die achterin zit. Die zal ook niet echt een uitnodigende indruk hebben gegeven want konijn trekt zijn kop terug. Die is te groot en blijft klemmen tussen de deur waardoor hij afvalt. Hij valt precies in de smurrie van de vuilwatertank. En ik zie welk mensenhoofd onder het ding tevoorschijn komt. Een volwassen man. Niet eens een student. Hij zet onverstoorbaar het natte ding weer op zijn kop en komt dan naar me toe. Hij raakt me aan en gaat achter me staan en slaat zijn poten om me heen. Ik ben te perplex om iets te doen. En ik ben al niet in staat Frans te spreken, laat staan Frans te vloeken.

Dan loopt hij weg en ik ben met stomheid geslagen. We rijden wederom via de toeristische route naar onze plek. Bram is duidelijk. “Ik wil hier morgen om 0900 uur weg zijn”. Wij zitten op één lijn. Er volgt een roerige avond. Tot 01.00 uur is er herrie.
De aversie bij Bram is zo groot dat hij de volgende morgen, geheel tegen zijn gewoonte in, in de camper doucht. De stap naar de campingdouches is te groot.
We vinden de volgende dag gelukkig een prachtige boerencamping, wederom via de SVR. Daar komen we bij.

De boer vraagt waar we vandaan komen. Wij stamelen iets over konijnen en campings en als hij de paniek en wanhoop in onze ogen ziet, begrijpt hij dat er maar één ding nodig is. Slachtofferhulp. Dat vinden we in de vorm van een heerlijke plek op deze parkachtige camping tussen de rhododendrons. Met prachtig uitzicht, rust en vriendelijkheid.

wp-image-1160597049

Gelukkig is deze camping een waardige afsluiting van deze week Normandië. Omaha Beach en het Amerikaanse kerkhof was zeer indrukwekkend. Ook waren we bij Arromanches-sur-Bain.

En de Carrefour natuurlijk. Waar ik afwasmiddel kocht met mint en basilicum. Dus geen afwasmiddel en mint en basilicum maar afwasmiddel met mint en basilicum… Leek me handig. Zodat je als je nog afwasmiddelrest op je bord hebt zitten dat het dan niet zo opvalt.

Inmiddels zijn Pauline en Bram weer thuis. En ben ik met de camper een aantal daagjes in Friesland op dit moment met zus Janny. Waar we op een ongeheurd rustige, heerlijke  SVR camping (camping kamperen op eigen weg.).
Zonder konijnen.

 

 

Monet en Omaha Beach

In 1979 zat ze achter me, bij de wiskundeles op het Laurenscollege in Rotterdam. Nu zit ze naast me in de camper, en achter ons haar zoon en we rijden naar Normandië. Pauline is een oude schoolvriendin en hoewel we tijdens een eerdere vakantie loeiende ruzie hebben gehad waarbij ik haar zonder tent en auto op een camping in Zeeland heb achtergelaten, durven we het aan opnieuw met elkaar op pad te gaan.

We hebben tevoren afgesproken dat we alledrie tijdens deze vakantie één TA mogen kiezen; een Toeristische Attractie. Voor Pauline waren dat de Tuinen van Monet. Voor Bram, haar zoon, Omaha Beach. Voor mij een grote versie van de Carre Four. Maar inmiddels is er eentje tussengeslopen; Etretat; een klein dorpje aan de kust met de krijtrotsen in de vorm van een olifantenslurf.

De Tuinen van Monet hebben we zonder kleerscheuren achter de rug. Na een rij voor de kassa van 180 m/v (ik heb ze echt geteld) waren we na een uur binnen. Ik heb wat over voor de hartewens van Paulien. En Bram blijkbaar ook. Mijn frustratietolerantie ten aanzien van rijen is niet al te groot, wat zeg ik, bijzonder klein. Maar ja, afspraak is afspraak. Eenmaal tussen de waterlelies ziet het tuintje er wel mooi uit. Monet blijkt wel smaak te hebben en het leukst was nog zijn huis want waterlelies heb ik thuis ook. Een gele eetkamer en frivole slaapkamer met allemaal schilderijtjes. In de museumwinkel kan ik me bedwingen. En trots loop ik langs de kassa. Zonder Iets!

De eerste overnachting op een boerencamping in het binnenland was heerlijk. Een boerencamping met 6 plaatsen…. . De tweede overnachting aan de kust bij Etretat is ook goed. We vinden een gemoedelijke camping waarbij de campingbaas het gezicht is van de camping. Hij sjeest op zijn fiets continu heen en weer, is overal tegelijk en heeft overal een woord en is continu zichtbaar. Hij meldt dat er die avond karaoke is en een missverkiezing maar dat is zijn humor hoewel ik ook denk “gemiste kans” (aan de lezer of het de karaoke of de Missverkiezing betreft) maar we kunnen het erg waarderen. Op de camping is niets te doen en daar zijn wij maar wat blij mee…..

Etretat is een mooie badplaats. Toeristisch maar dat zijn wij ook. Het is heerlijk om terug te keren op de camping. En wat nog fijner is, is dat Pauline voor 4 dagen heeft gekookt en dat die maaltijden in de vriezer liggen te wachten. “Wat gaan we vandaag ontdooien?”. De enige dagelijkse missie is stokbrood. Mijn buik voelt zich weer thuis. Alleen is de Nutella ingewisseld voor Hagelslag met zout. Van de Albert Heijn.

Morgen maar eens kijken of we richting Omaha Beach kunnen gaan. Leo en ik zijn nooit zoveel in Frankrijk geweest. Hij wilde er eigenlijk zo snel mogelijk doorheen. Tekenend is dat we van Frankrijk ook geen Capitoolgids hadden, en van alle andere landen waar we bivakkeerden eigenlijk wel. Die gids heb ik nu toch maar besteld.

Het reizen met de camper is nog steeds een feestje. En het is ook precies uitgepakt zoals ik gehoopt had; grotere en kleinere tripjes met vrienden en familie naar vrienden en familie of zomaar een dagje weg. Er liggen nog wat uitjes in het verschiet en mij verveelt het niet; ik kijk naar elke campertrip uit.

Inmiddels ben ik ook zo’n beetje aan het nadenken over mijn toekomst. En dan vooral met betrekking tot de vraag hoe ik mijn brood moet gaan verdienen, en ook hoeveel ik nodig heb om nog brood te kunnen kopen. En ook – en dat heeft er alles mee te maken – hoe luxe ik dat brood dan wil hebben…..

Er zijn een aantal richtingen die me altijd hebben aangetrokken. Zo waren Leo en ik ooit van plan om een camping te kopen (maar ja, dat heen en weer fietsen..). Maar oh, er zijn nog vele opties die ook bij me opkomen. Een bed-and-breakfast? Een camperplaats exploiteren/kopen? Of weer “terug” in de zorg? Ben ooit in de verpleging begonnen… Maar dat is 100 jaar geleden. Mijzelf verhuren als verzorgende aan pgb-houders? Voor pgb-houders de administratie gaan verzorgen? Mijn huis verhuren en met de camper rond gaan reizen? Ik heb ook nog een caravan! Of terug in mijn oude vak als facility manager en/of als zzp-er gaan werken? Met de camper kan ik overal komen voor een klus en met een aantal dagen per week zoek ik wel een aardige boerencamping op waar ik dan ga staan. Hoef ik niet de file in. Van Ootmarsum tot Sluis en van Den Oever tot Roermond…. Die laatste optie, terug in mijn vak, is om een aantal redenen vooralsnog de meest waarschijnlijke.

Soms moet ik ook nog helemaal niet aan werken denken. Heb mezelf tot begin volgend jaar verlof gegeven. Dat kost me centen maar het is het me waard.
Zo kom ik langzaam terug in het normale leven met beslissingen en keuzen. Maar er gaat geen dag en bijna geen uur voorbij zonder aan Leo te denken. Aan de leuke, de moeilijke en de zware momenten. Vooral de laatste dagen en de laatste momenten voor zijn overlijden laten me moeilijk los.

Zo mijmer ik over het verleden en over de toekomst.

Maar ik vergeet niet van het heden te genieten.

Zojuist had ik Andrea aan de telefoon; een vriendin die 25 jaar in Engeland heeft gewoond. Ze is pas met haar man terugverhuisd naar Duitsland. Ik heb haar ooit in 1981 in Engeland ontmoet. En in oktober ga ik met haar nog een Grande Finale England Tour doen met de camper. En er staan nog 3 tourtjes op de rol!

Kijk, dat is toekomst. Maar dat wordt vanzelf heden….

 

 

Voegenfris

Het verzinnen van de titel van je blog… Dat valt om den drommel niet mee. Maar dit keer is het – na de kit – de voegenfris die me bezighoudt. En die feitelijk een gehele gemoedstoestand illustreert.

Want zo zat ik gisteren met tong uit de mond mijn voegen in de douche op te frissen. Wat geen zier hielp, waarna ik met de antikal aan de slag ging, hetgeen het geheel nog erger maakte. Maar dat komt er ook van als je ineens hysterisch je voegen gaat frissen.

Ik had afgelopen nacht namelijk gasten in de caravan. En die mogen bij mij douchen.Dus dan moeten de voegjes wel frisjes zijn. Al poetsend zag ik steeds meer stof en een vuil raam en kalkaanslag op de kraan….. Een VSR-ronde hier zou desastreus aflopen. Ik ga los op de spiegel, maak het bad nog glimmender dan het ooit geweest is, poets de kalk van de handgrepen, check de handdoeken op vlekken, inspecteer de washandjes op pasvorm, en maak een uitnodigende, niet overdadige, doch functionele opstelling van shampoo en doucheschuim waarbij ik me bedenk dat ik niet moet vergeten ze en passant te zeggen dat ze dat mogen gebruiken. Royaal als ik ben…

Gasten in de caravan? Ja, ik had me eerder aangemeld als gastadres voor  “Vrienden op de Fiets” maar was eigenlijk al een beetje vergeten dat ik me aangemeld had als gastadres. In de consternatie van de vermeende lekkage in de caravan.

De dame belde dinsdag voor een overnachting op woensdag. Ik moest dus wel even alles wat ik uit de caravan had gesleept, er weer in terugslepen. Toiletje opfrissen, water vullen, schoonmaken, bedje opmaken….. En dan toch maar even naar Ikea voor een nieuw dekbedovertrek. In de aanbieding….

“Wat zou ik zelf absoluut willen hebben als ik ergens zou overnachten” vraag ik me af. Oké. WIFI-code en een kurkentrekker….. Dus dat regel ik direct.

Voor de leukigheid zet ik nog wat boekjes in het caravannetje. Maar dan slaat ineens de twijfel toe. Ze zullen toch niet denken dat het zo’n ruilsysteem is? Want ik ben best gehecht aan sommmige boekjes. Een selectieproces volgt. Welke boekjes (grote boeken passen niet op het plankje) mogen in het hutje? Het is een afvalrace.

“Hite” rapport – maar niet doen, je krijgt zo’n naam. Zeker als je “handleiding tot overspel” er nog eens bij zet. Joris Luyendijk daarentegen is uiterst verantwoord en wordt goedgekeurd met “Het zijn net mensen”. En ook “Een goede man slaat soms zijn vrouw”. Dan zie ik dat er nog twee boardingpassen in het boek zitten. Van de reis naar Vietnam van Leo en mij. En even draait er een filmpje.

Mijn favoriet van John Cleese “Hoe Overleef ik mijn familie” mag ook.

Ik bedenk dat het beter is dat de boeken (nog eens) gelezen worden dan dat ze staan te verstoffen op mijn boekenplank. En als er een boek wordt meegenomen  ja… dan is dat zo. Ik gris er nog wat bij; ik gun mijn gasten leuke boekies; Herman Finkers met “Verhalen voor in het Haardvuur” en een veilige Roald Dahl met korte verhalen. En natuurlijk “slippertjes” van Peter van Straaten…..

20170727_132903

In dezelfde gedachtengang zet ik bordjes in de kastjes. O zo oud en echt jeugdsentiment. Maar ze mogen een nieuw leven. Een wedergeboorte. Ik word er sentimenteel van.

 

Op woensdagavond arriveren Liza en Hanneke. De zijn komen fietsen (géén e-bike) vanuit Westkapelle. 122 kilometer. Ze doen dat niet elke dag, zei Liza maar ik neem mijn petje voor ze af.

Ik laat ze hun onderkomen zien en ga Spits uitlaten. Ze kunnen lekker nog even in de tuin zitten.

Als ik ’s avonds in bed lig, vraag ik me af of ik heb gezegd hoe de verduistering werkt…. Zo lig ik wakker met de vrees dat zij wakker liggen omdat het niet donker genoeg wordt. Maar ik slaap toch nog prima.

Na het ontbijtje buiten onder de veranda taaien ze af. Ik zeg pas aan het ontbijt dat ze de eerste gasten zijn. Over de lekkage in de caravan weten ze niets. Die caravan is niet lek tot het tegendeel bewezen wordt. Maar na het bezoek van meneer “nicht gut” is er geen druppel lekkage meer geweest in de caravan. Ook niet na alle hoosbuien van de afgelopen week.

Leuke eerste gasten!

Je wordt er niet rijk van.

Maar het is wél dé stok achter de deur om je badkamer weer eens een grote beurt te geven.

20170727_133151

Liza en Hanneke uit Westkapelle. De eerste gasten in de caravan via “Vrienden op de Fiets”. Als ze allemaal zo zijn ga ik er nog wel jaren mee door….

Kit

Ik heb de blog over de caravan nog niet gepubliceerd of ik krijg een telefoontje. Een 49 nummer. Duitsland. “Haben Sie die Caravan noch?”. Ik moet even slikken maar zeg dat-ie er nog is. De beller wil hem zien en zegt donderdag of vrijdag te komen. Ik ben even beduusd na zijn telefoontje. Hij zou alleen komen. “Dat is niets voor mijn vrouw”. Maar goed. Als hij een goed bod heeft, dan moet het ding gewoon weg. Ik heb hem gezegd waar ik aan denk dus hij weet wat ik wil.

Donderdag bel ik om half drie het nummer. Of hij al weet wanneer hij komt. Hij was “juist” onderweg. Maar hij staat pas om half negen aan het hek. De man heeft haast. Loopt direct door naar de caravan en hoeft geen koffie. Achterlichtje rammelt. Een deukje. En of ik een lampje heb voor onder de caravan. Hij krijgt nog een telefoontje. Ongevraagd zegt hij tegen me “mijn vrouw”. Alsof ik daar in geïnteresseerd ben….. Ik loop naar de camper voor een zaklantaarn en dan zie ik dat er in zijn auto nog een man zit. Vreemd dat die niet meekomt.

Hij lijkt geroutineerd. Klooit wat aan de dissel en zegt dat er speling in zit. En dan gaan we binnen kijken. Hij ziet wat oude vochtplekken en begint een heel verhaal dat dit type bekend staat om de vele lekkages. Ik neem het voor kennisgeving aan. Het zal wel. Ik heb nooit enige lekkage gehad dus.

Hij vraagt wat over het kacheltje en trekt dan de kastjes open. En dan. En dan.

Dan ga ik door de grond. Want aan het plafond in één van de kastjes hangen dikke druppels. Hij wijst zwijgend op de druppels. “Nicht gut”.

Dan opent hij ook de kledingkast en ik trek wit weg. Ook daar lekkage. Druppels aan het plafond.

“Aber, aber….”…. Ik baal. Maar ik ben stomverbaasd. De man zegt dat het vaker voorkomt. Dat nu het hele dak open moet, alle isolatie eruit moet. En dat ik blij mag zijn als een opkoper er nog 3000 Euro voor geeft. Ik zeg dat de caravan nooit gelekt heeft maar hoe waarschijnlijk is zo’n verhaal? Ik vind het echt heel vreemd.

Hij zegt dat de caravan rijp voor de sloop is als het hele dak er niet af gaat. Hij zegt ook dat hij mijn vriend is en ik sta even te bedenken hoe nu verder. “Zo verkopen kan niet. Dat wilt u toch niet?”

Twee minuten later zegt hij dat hij hem zelf wel wil kopen. Voor 3000 Euro. Mijn hersenen kraken. Mijn paranoïde geest, gekweekt in de Pfizertijd toen ik over de security ging, meldt zich weer eens. Wat is hier aan de hand. Zou hij…. zou hij…. zou hij toen ik de lamp haalde met een sproeifles de plafonds nat hebben gespoten?

Ik laat de man staan en ga een theedoek halen. Ik maak het plafond droog. Als het echt doorgelekt is, moet er nog een druppel verschijnen. Want dan komt er nog vocht want blijkbaar is het materiaal verzadigd. En ondertussen zit ik te denken. Die telefoontjes met zijn vrouw. Bull shit. Die man in de auto. Gewoon om niet als handelaar over te komen.

Er zijn twee opties. Of het lekt echt. Maar dan is de vraag of de reparatie inderdaad ca 1800 of 1900 Euro kost. Of het lekt niet en hij heeft gewoon water gespoten.

De man kijkt me aan. En dan zeg ik dat ik er even over na wil denken. Hij is geïrriteerd. Daar kan hij niet op wachten. Want hij heeft al heel ver gereden. En dan is het voor mij klaar als een klontje. Ik zeg “Ik verkoop hem niet”.

De man draait zich om en loopt kwaad weg.

Tja. En toen ging ik nog even op onderzoek uit. Het zou zomaar kunnen dat er toch lekkage is geweest. Die ochtend had het urenlang keihard geregend. Na een hele droge, warme periode. Het is niet onwaarschijnlijk dat de kitrand gewoon te droog is geworden en dat die de hoosbui niet heeft kunnen houden. Ik bel hulplijn Frans, die ontelbare keren ook met regen in de caravan heeft geslapen. Ook hij is stomverbaasd. En we besluiten dat we gaan kijken naar de kitnaden. Een nieuw projectje. Want zo verkopen is niet echt een optie.

Ik baal uiteraard heel erg. Als ik een week eerder een schappelijk bod had gehad, had ik de caravan gewoon met droge ogen verkocht.

Vandaag zat ik op het dak van de camper. Om hem schoon te maken. Ook daar zag ik kitnaden. Kit. De nachtmerrie. De ellende. Gruwel. De eeuwigdurende bron van wanhoop. Vreselijke, afgrijselijke kit. De moeder van de waterdichtheidsillusie. Niets is vergankelijker dan kit. Ik krijgt bulten van kit. Weet je wat ik zie als ik gedronken heb? Allemaal kitnaden!

En vanaf het dak kijk ik op het parkeerterreintje. Waar de auto van mijn buurvrouw staat. Die bij Bijlard werkt, een leverancier van kitten.

Er staan plaatjes op de auto. En een tekst;

“Laat je nooit meer los”….

I could not agree more…..

UPDATE:

Het is nu 10 september. Afgelopen weken heeft het hier gehoosd van de regen. Stortbui op stortbui. Gepaard met wind, storm. En de caravan is kurk- en kurkdroog…….. Op dit moment staat hij er prima bij. / Update 2 – Het is nu juni 2018 en nog steeds kurkdroog….

“Wat we óók kunnen doen….”

“Sodemieter op!”. De intonatie van zijn stem. De uitdrukking op zijn gezicht. Ik hoor het Leo zeggen.

En de grap is dat ik het zelf óók denk. Als ik lees wat erop het labeltje van het theezakje staat; “Wat at je het liefst toen je klein was?” en nog meer infantiele vragen als  “zou je liever een koning of een fee willen zijn?”. Sodemieter op, inderdaad. Ik wil thee. Bezoedel mijn al door teveel prikkels geplaagde geest niet met ongevraagde, nutteloze vragen. Leo heeft post mortem nog vaak helemaal gelijk en ik ben het hardgrondig met hem eens.

Ik heb nog vele gesprekken met Leo. Maar net zoals ik zijn gedachtes en reacties kon voorspellen, weet ik dat ík ook voorspelbare uitdrukkingen had. Een van mijn favoriete uitdrukkingen die Leo tot wanhoop brachten, was bijvoorbeeld: “wat we óók kunnen doen…”. Meestal popte die op aan het eind van een lange discussie of overweging, juist op het moment dat we allebei dachten dat we een besluit hadden genomen. Maar soms, ja, dan kreeg ik gewoon een nóg beter idee. En waarom zou ik dat dan voor me houden. Ik vond het eigenlijk een bewijs van flexibiliteit dat je een besluit kunt terugdraaien… Als daar natuurlijk argumenten voor waren. Geniale invallen, creatieve wendingen of gewoon voortschrijdend inzicht.

Leo nam een besluit en er moest dan ook wel heel wat gebeuren om hem van dat besluit af te brengen. Zo’n eigenschap is als schipper ook wel prettig. Als je halverwege je koers toch ineens bedenkt om linksom of rechtsom te gaan…. Dan wordt het op onze vaarwegen wel een beetje onoverzichtelijk. Van Leo leerde ik dan ook één belangrijke stelregel: Laat zien wat je van plan bent. Dus geef een ruk aan dat roer zodat de ander ziet dat je naar stuurboord of bakboord gaat. Ik gebruik dat principe ook nogal eens als ik met de camper rijd.

Gelukkig heeft niemand last van de zwalkingen in mijn geest. Ik zelf heb wel enigszins geleerd met mezelf om te gaan. Dus zo is mijn beleid ten aanzien van de verkoop van de caravan allesbehalve consistent. Schreef ik in mijn vorige blog nog dat ik hem zou verkopen, nu heb ik daar toch al weer twijfels over. Ik hem hem namelijk zo mooi opgeknapt, uitgeruimd, opgepoetst en gerepareerd dat ik er opnieuw verliefd op ben geworden. Dus…. “wat we ook kunnen doen..” is gewoon toch gebruiken voor vrienden op de fiets. En dat autootje… dat heb ik nog steeds niet écht gemist.

De caravan staat nog wel op marktplaats. En als ik een goed bod krijg, dan gaat hij wel weg. Denk ik, vooralsnog….

Nu kan het overkomen alsof ik nooit beslissingen neem. Maar dat is dan ook weer niet zo. Heb toch mooi de beslissing genomen gitaarles te gaan nemen. Afgelopen zaterdag had ik mijn eerste les. In Willemstad. Leuk met de camper een woonwijk in ;-).

En zo hak ik nog wel wat knopen door.

Ik liet wat accoorden zien aan mijn gitaarleraar die ik Bastiaan mag noemen… En als ik mijn stroeve strammerige vingertjes allemaal bji elkaar in eenzelfde frettenhokje wurm om de A te spelen, zegt hij, kijkend naar mijn vingers…. “wat je óók zou kunnen doen..”. Hij is zich van niets bewust. Maar ik vraag in uiterste onschuld “nou?” en probeer mijn lach in te houden.

 

20170711_132707

mijn oude gitaar met litteken. Veroorzaakt door een metalen beugel van de achterklep van mijn geel/groene Toyota carina. Hij ging dwars door de klankkast. Zwager Rob heeft hem destijds helemaal gemaakt, met vloeibaar hout en gelakt. Bastiaan was erg tevreden en vond het een prima gitaar. Beetje de knopjes smeren en nieuwe snaren. Kijk!

Kogels en kerken

Het is wel het recept voor een identiteitscrisis; wonen in een recreatiewoning. En op het erf een caravan terwijl je boodschappen doet met een Mercedes camper ….. Want normaal gesproken heb je óf een camper. Óf een caravan. Óf een vakantiehuisje.

Het heeft vast te maken met mijn opvoeding. Thuis was er ook “de tuin” en ja, daar begint het al. De tuin was niet thuis, maar het was wel een soort thuis. De tuin was een stuk grond bij het spoor op de plek waar nu het Sint Franciscus Gasthuis is. We hadden daar een lap grond. Met een huisje. Zonder electriciteit en zonder water. Maar we waren er altijd. Met petroleumkacheltjes. Butagas en jerrycans water.

Mijn vader liet er bonen en andijvie groeien (naar onze zin veel te veel). Wij stookten er grote vuren. Waar we alles in gooiden (ook die koperen telefoonkabels die dan zo mooi groen licht gaven). Bouwden er hutten. Bakten er kilo’s patat voor alle buren. Hielden kippen in alle soorten en maten. Klommen in bomen. Kampeerden er met vrienden, vriendinnen. Speelden er gitaar. Bakten er de grootste uitsmijters ter wereld. Zongen er kampvuurliederen. Hingen er loom in een hangmat. Draaiden salto’s op de rekstok en de ringen.

Het was een deel van mijn jeugd. Maar ook toen ik al uit huis was, kwam ik nog vaak in het weekend naar de tuin. Mijn vader had er de broek aan. Hij was er dagelijks in verband met de kippen. Mijn moeder alleen op zondag na de kerk. Het was de enige plek waar ze kon relaxen en visite kon ontvangen zonder zenuwachtig te worden want het was overduidelijk dat de tuin het domein van mijn vader was.

Eens in het jaar gingen we naar Egmond aan Zee, naar het huisje van oom Jan en tante Jeanne. Dat was een “echt” huisje. Met water en kamers.

Maar het was wel een huisje.

Huisjes zitten daarom diep in ons systeem. Caravans was voor mensen die anders waren. Caravans waren voor een bepaald soort mensen. Die alleen maar op stoeltjes voor de caravan op de camping zaten niets te doen. Die zaten dan te recreëren. Wij konden er ons geen voorstelling van maken. Hoe ze zaten, die mensen. Wat ze deden, dan. Zo zitten. Op zo’n stoeltje.

En nu… Nu zit ik gewoon op een zaterdag voor de camper niets te doen. Te dagrecreeren met mijn zus en zwager en nichtje. Niets te doen. Zelfs niet te lezen. Te zitten en te kletsen en een beetje gluren naar de buren. Dat is pas zen. Als je dat kunt. Daar heb ik 54 jaar over gedaan. Maar zaterdag ging het er echt op lijken. Weliswaar met camper. Maar goed. Costa del Binnenmaas.

Ook op zondag heb ik toch wel echt mijn best gedaan. Ik parkeerde de camper tussen de auto’s bij de Flaauwershaven, bij restaurant de Heerenkeet bij Zierikzee. Ik was de enige camper en er werd wel wat naar ons gekeken. Maar een camper is een gewone personenwagen en als er niet staat verboden voor campers, dan is het er niet verboden voor campers. Ik heb met Paulien heerlijk gerecreeerd. Op stoeltjes. Drie jaar geleden was ik daar ook met haar en de “oude” camper. Ik zei toen “Paulien, laten we doen alsof we vijftigers zijn en met stoelen voor de camper gaan zitten”. Ze zei toen: “Syl…. We zíjn vijftigers”. Dat was quite shocking.

Paulien had heerlijke broodjes gemaakt en ik had een monchoutaart gebakken. We hebben gezwommen (tussen de meervallen!) en gewandeld. En om het uur de camper gedraaid zodat we in de schaduw van de camper konden zitten. 😉

Maar ja. Die Caravan thuis in de tuin. Daar zat ik toch wel een tijd over te twijfelen. Hij heeft de afgelopen jaar dienst gedaan als “vluchthut” (vondst van Trudy C.). Ik bivakkeerde er als ik even alleen wilde zijn. En heb er menigmaal in geslapen als er verpleging was ’s nachts zodat ik een keer helemaal alleen lekker door kon slapen en even niets hoefde en uit kon slapen. Het is een heerlijke caravan en ik heb er zo veel van genoten. Ik ben er aan gehecht. Ik vind hem zo leuk. Maar ja. Ik heb hem niet meer nodig.

Ik had aanvankelijk nog het plan om er een B&B van te maken of via “vrienden op de fiets” de caravan te verhuren. Maar na lang wikken en wegen heb ik toch besloten hem te verkopen. Van de opbrengst ga ik (toch) een klein autootje kopen. Ik kan nu eventuele gasten in mijn camper laten overnachten. Ik had het vervelend gevonden om ze dan uit hun huis te moeten laten als ik mijn “auto” nodig zou hebben.

Ja, deze kogel is door de kerk. Daar heb ik wel wat tijd voor nodig gehad. Hij staat op Marktplaats.

Maar het is niet het enige waar ik over twijfel. Gisteren heb ik samen met zus Trudy de as van Leo opgehaald. Ik dacht dat ik gewoon aan de balie de koker zou krijgen. Maar bij crematorium St. Laurentius doen ze dat ook met zorg en aandacht. We werden meegenomen naar een kleine kamer en daar stond de koker van Leo in een soort geschenkverpakking bij een brandend kaarsje en een vaasje met bloemen. De dame die ons hielp was erg aardig.

Zo reden we met Leo naar huis. Hoe passend was het dat de Haringvlietbrug even open ging….

En nu moet ik bedenken wat ik met de as van Leo ga doen. Hij zelf was bijzonder nuchter. Hij wilde gewoon zo schoon en efficient mogelijk afgevoerd worden.

Ik zelf ga er eens over nadenken. Dat wordt een volgend ei dat gelegd moet worden.

Ik bedacht dat het ook wel zo is dat er meerdere mensen iets met Leo hadden. En ineens zag ik het voor me; een heleboel van die kleine, transparante zakjes. Met in elk zakje een beetje as van Leo. Met mooi stickertje en rood/wit lintje. Met de naam van Leo er op.

Die kan ik dan weggeven aan iedereen die het wil.

Of – nog beter – verkopen?

Ik geloof dat ik toch wat teveel met Marktplaats bezig ben… Je verkoopt geen Leo via Marktplaats!

Webshop?

Het wordt te warm. Ik nok ermee. Leo komt wel goed 😉

 

 

 

Beng!

Mijn buikje deint gemoedelijk mee met de luchtvering in de Mercedes. Het is het resultaat van 6 weken stokbrood met Nutella en gezouten roomboter en croissantjes. Magic Body Control krijgt zo wel een extra dimensie ;-).  De camper veert en waggelt maar in België is zelfs de luchtvering niet opgewassen tegen de putten in het wegdek. Geregeld schudden mijn kruidenpotjes in het kruidenrek even helemaal door elkaar. Dat is eigenlijk erg handig. Zo voorkom je ook dat het gaat pletten.

De laatste 400 kilometers verlopen voorspoedig al is Antwerpen toch een soort Russisch Roulette. Het is zoals chauffeur Henk zegt: “Als je ongeschonden door Antwerpen komt, heb je geluk gehad”.

Na een laatste overnachting op een camperplaats voor Reims, ben ik donderdag jl. thuisgekomen. Zaterdag heb ik de bewaker van het fort hier op de trein gezet dus gisteren was het voor het eerst dat ik alleen thuis was.

Ja, en als je dan uitgepakt hebt. De wasjes hebt gedraaid. De campertoilet hebt geleegd. Met Spits naar de dierenarts bent geweest en de allereerste screening van de post hebt gedaan, dan is er niets meer dat hoeft.

Niet meer dat moet. (Behalve dan die naheffing van het CAK betalen over 2016 (slik!)).

Beng! De klap van de stilte. Ik wist dat dit moment zou komen. Na het overlijden van Leo de crematie regelen, het feest organiseren, de uitnodiging opstellen en versturen, de materialen van Leo op laten halen, de rolstoelauto verkopen, de camper kopen, een bank kopen, de fauteuil van Leo verkopen, daarna de reis voorbereiden, en dan 6 weken met de camper op stap. Dan is het wel even weer resetten als je thuis bent.

Want inderdaad niets moet. Behalve de luifel laten repareren. Maar verder? Verder hoeft er niets.

Maar ik wil wel de tuin weer verder op orde, er moet weer gesnoeid worden. Al heeft Frans super alweer de kanten gemaaid en de vijver schoongehouden en de caravan schoongemaakt. En ik wil de boel onder de overkapping opruimen. Ik wil de drempels gaan verwijderen uit het huis. Ik wil de kleding van Leo gaan wegdoen maar moet nog bedenken hoe en waarheen. Maar ook de persoonlijke spullen van Leo. Zijn bril, zijn portemonnee, zijn tandenborstel.

Die rolstoel op laten halen en alle medische apparatuur. Dat is lastig. Maar Leo zijn sokken wegdoen. En zijn bril en kleding. En zijn notitieblok van de Hollandsch Diep, waar ik de priegelige letters in zie omdat hij al bijna niet meer kon schrijven. Maar hij schreef nog wel zijn boodschappenlijstje. Dat altijd klopte! Dat soort dingen wegdoen. Dat is moeilijk. Heel moeilijk.

Maar ik hoor Leo het wel zeggen: “Het zijn maar dingen”.

Ik wil nog heel wat dingen ook op Marktplaats zetten. Ik wil de camper helemaal schoon gaan maken. Ik wil meer gaan wandelen. Meer gaan fietsen. Beter gaan eten. Meer bewegen. Ik wil weer afspraken gaan maken met vrienden en familie. Ik wil….

Ik wil heel veel. Maar ik weet ook dat het niet allemaal nu hoeft. Dus wil ik een lijstje, een lijstje, dat is handig. Dan kan ik een plan maken. Dus ik wil een plan maken.

Maar nee. Geen plan. Ik moet af van het dwangmatige plannen. Ik heb het gevoel geen grip te hebben. Ik wil grip. Nee, ik wil geen grip. Ik moet relaxen. Nee, ik moet niet relaxen. Mijn kop loopt over. Ik denk over alles na.

Zo denk ik nog na over het feest. O ja, de foto’s. En oh. Ik denk ook na over de uitnodigingen. Ik twijfel of ik het goed heb gedaan. Want ja, ik heb via facebook en ook via/via veel mensen uitgenodigd. Had ik ze niet persoonlijk uit moeten nodigen? Moet ik nu niet de mensen gaan bedanken?

Ik moet naar yoga. Dan komt alles goed. Nee. Ik wil niet naar yoga.

Ik wil een blog schrijven. Ja, dat wil ik. Moet ik een blog schrijven? Nee, ik moet geen blog schrijven. Maar ik doe het wel graag. Ik heb ook daar over nagedacht. Eigenlijk dwingt het schrijven van mijn blog me om na te denken wat er aan de hand is. Ik ben een rationeel type. Juist als ik kan nadenken over wat bepaalde gevoelens in mij veroorzaken, kan ik er beter mee omgaan.

Voorlopig heb ik toch een soort van mini-plan. Ik neem me voor om geen plan te maken. Maar het doel wordt om elke dag met Spits te lopen, minimaal een uur. Om goed te eten. En om elke dag één item op Marktplaats te zetten. Dat is tamelijk overzichtelijk.

Maar ik heb het nog nooit zo moeilijk gevonden om niet gek te worden van zoiets tamelijk eenvoudigs.

Zo, nu eerst een boodschapje doen. Gelukkig. Kan ik toch nog een lijstje maken!

Oh ja, wie wil er nog een modem. Voor maar 25 Euro!

 

Amazing!

Het is 02.00 uur middernacht. De wekker gaat. Ria en ik hebben besloten vroeg op te staan en dan naar het vliegveld in Montpellier te vertrekken. Een rit van ca 3 uur.

Om 02.30 uur rijden we door uitgestorven straatjes die door  het licht van de gele lantaarns op het vale stucwerk en de dichte luiken iets spookachtiges krijgen. Desolaat. Compleet leeg. Alsof er een kernbom is gevallen. Stilte. Het doet denken aan de keren dat je uit de kroeg komt waar het bar-laat is geworden maar dat is lang geleden. Het doet ook denken aan vroeg opstaan voor de vakantie.  Om vroeg op het vliegveld te zijn. Zoals nu.

We praten onderweg nog even na. Worden aangehouden door de Gendarmerie en ik word verblind door een zaklantaarn die in mijn gezicht schijnt.  “Madame”. Dan richt de agent de zaklantaarn op Ria. “Pardon, Mesdames”. “Alcohol?”. Hij gelooft ons op onze blauwe Muschenogen en we mogen door.

Dan komen we bij het vliegveld maar ik kan de vertrekhal niet bereiken. De maximale breedte om door te gaan is 2 meter en de camper is 2.30 meter. 30 centimeter valt wat lastig weg te moffelen. “Ria, ik ben een bus, oké?”. “Ja, Syl, je bent een bus!”. We zijn het snel eens. Nood breekt wet en zo reed ik de busbaan op. Ik wist niet waar ik zou uitkomen en zag me al in een geweldige busterminal terechtkomen. Maar één ding wist ik zeker; deze busbaan leidt ergens naar toe waar bussen passen en daar pas ik ook.

Maar ik kom precies voor de voordeur van de terminal uit en dan is er het afscheid. We zeggen niet veel maar weten dat dit een geweldige vakantie was. Spits krijgt een knuffel. Ik tik het adres van de volgende bestemming in mijn navigatie en rijd de nog steeds donkere nacht weer in. Het is 05.00 uur. Nog 379 kilometer naar de volgende camping….

Als ik een uurtje heb gereden, stop ik even. Het blijkt een prachtige camperplaats te zijn waar zo’n 20 campers staan te snurken. Ik hoef er niet lang over na te denken; ik wurm mijn camper tussen het rijtje en doe de luiken dicht. Om half 10 word ik wakker; 3 uur heerlijk geslapen.

Na 313 kilometer (de navigatie geeft het écht aan; over 313 kilometer afslag 12 nemen ;-)) op de A75, een werkelijk prachtige route door de Auvergne, kom ik aan op de camping Les Deux Chevaux. De camping is van Yvonne en Rob. Vrienden van zus Janny. Zij hebben de camping sinds 2013 en daarvoor gaven ze les op de school van de kinderen van Janny. Al heb ik ze nooit eerder ontmoet, het is meteen vertrouwd. En wat een mooie camping. De camping ligt in het kleine plaatsje Nades, ca 60 kilometer boven Clermont-Ferrand.

Ik val met mijn neus in de boter want ik hoef niet te koken. Ik eet mee en er zijn ook gasten voor de hotelkamer. Het is een verrukkelijke curry. Maar ik geniet van de onbevangenheid, ik geniet omdat Spits gewoon rondbanjert met de hond Jip. Van de rust en het groen.

En ondertussen geniet ik met terugwerkende kracht eigenlijk weer opnieuw van al die bijzondere weken. Bij Els en Gérard, het bezoek aan Adrie en Dorien, het etentje met Nico en John en Maria. Met Armando, Rosaria en Anna. Met Ton en Ina. Met Jacques en Marie-José. Ik kijk terug op een heerlijke ontspannen week bij Els en Hans. Met Ina, Hendrik en Katy, Jacques en Gertie, en Marius en Emma. De uitstapjes. De gesprekken. De etentjes. De gastvrijheid van Els en Gérard en Hans en Els.

En nu een warm badje bij Yvonne en Rob.

Maar het toeren met Ria was eigenlijk nog – sorrie mensen – het meest bijzonder. Met je nicht uit Canada via Portugal op weg via Spanje naar Frankrijk.  De keren dat ik “Oh, look at that” naast me hoorde en “Whow. Amazing!!”. En “klik” van het fototoestel ;-). Ria was helemaal weg van dakpannen, van oude muurtjes, van huisjes, van kerken, van straatjes, van kastelen, van bruggetjes, van deuren, van ramen, nou ja.  Ik zal het gaan missen! Maar het is ook gewoon zo leuk om bijvoorbeeld over oma Musch te kunnen kletsen en dat dat dat dus gewoon ook háár oma was!

Het was gaaf samen. Ria als co-pilot. We hadden voor de route vier bronnen; de iphone van Ria, de navigatie van mij, de borden op de weg en de kaarten… Die liepen niet altijd synchroon maar we kwamen er steeds uit.

Ria, het was tof zo samen te reizen. Samen plekkies zoeken om te camperen. Tussenstopjes. Fotoshoots. Samen koken.  Het was ontspannen. Het was gezellig. Het was worth repeating! Het was vertrouwd. Dank voor je hulp, het lachen en de gezelligheid.

Nu eens kijken of ik deze blog op het net kan krijgen. Heb net ontdekt dat ik op mijn laptop de internetbundel van mijn telefoon kan gebruiken. Dat schept perspectieven nu die roaming is opgeheven (met dank aan Neelie!). Heb ineens een enorme bundel MB’s. Op de een of andere manier vind ik het dan jammer als ik MB’s overhoud!

O ja, met Spits gaat het goed. Die is erg levendig. Komt weer bij na de warmte. Had het bij Els en Hans ook heel goed. Maar zijn bulten zitten er nog. Die moeten langzaam verdwijnen. Absorberen. Maar dat zal wel goedkomen. De bulten zijn buiten de dierenarts nog bestudeerd door twee ambulanceverpleegkundigen, drie ex-verpleegsters, een ex-tandartsassistente en een ex-longarts en die knikten allemaal goedkeurend. Dus. Maar ik ga thuis wel nog even naar Spits zijn grote vriend Harry de dierenarts. Die heeft Spits al eerder van wat ballen afgeholpen….

Ik ga morgen richting huis. Nog ongeveer 800 kilometer; ik doe dat in twee dagen en dat is vlug zat.

Frans zal me opwachten. Die waakt op de burcht in Ooltgensplaat.

En als hij vraagt hoe het was, dan zal ik zeggen

“Amazing!”

20170606_143024

Een bal zo groot als een kippen-ei. Maar het komt goed.

 

20170606_163000

Yvonne met hond Jip.

20170606_160440

De grote lange tafel van robuuste boomstammen

20170606_160706

Les Deux Cheveaux. Omdat er hier ook twee “lelijke eenden” staan!

20170606_160310

Prachtige plekken hier. Met schaduw. En voor de camper ook een A-lokatie!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bultmans

26.4 graden. Donderdagochtend. Ik heb al een duik in het zwembad genomen en zit nu bij het huisje van Els en Hans. Die zijn met Ria op stap. Ik heb gezegd dat ik liever ‘thuis’ blijf. Spits ligt heerlijk in het koele huisje. Ik zit op de veranda in de schaduw van de prachtige bomen lekker met dik internet een stukkie te schrijven.

Ja, dat huis dat in Portugal te koop staat is super. Maar dit is toch ook wel paradijselijk. Een houten chalet. Niet te groot maar je hebt wel meteen een vakantiegevoel. Zeker omdat het van hout is en dat hout blijft ruiken. Jeugdsentiment; we gingen altijd naar het huisje van de ouders van Els in Egmond aan Zee vakantie vieren. De geur van hout en carboleum van het hekje rond de tuin. Dat is vakantie.

wp-1496392539497.

Vakantie in de camper bevalt ook nog steeds uitstekend. Aanvankelijk dacht ik dat de koelkast wat problemen kreeg maar dat was omdat ik hem te hoog had gezet. Waarbij dat ‘hoog’ meteen voor de nodige verwarring zorgt. Ook het displaytje gaf ruimte voor diverse interpretaties.
Je kunt een klein bolletje kiezen of een groter bolletje, 5 stuks oplopend.  Aan de kant van het grootste bolletje staat een afbeelding van een thermometer. Dus hoe hoger de temperatuur, hoe groter het bolletje? Of is het bolletje gerelateerd aan de moeite die de koelkast moet doen om koel te blijven? Na advies van Els en Ria heb ik de koelkast op klein bolletje gezet. Nu doet hij het zonder problemen. Hoe kleiner het bolletje, hoe hoger de temperatuur. Snap je het nog?  Het is net als met diafragma; hoe hoger het getal, hoe kleiner de lensopening. Omdat het een breuk is. Meestal onthoud ik het dan omdat ik dan onthoud dat het niet logisch is. Je moet wát toch?

Zo besteed ik mijn dagen hier, door een blogje te schrijven over bolletjes….

Zondag ga ik Ria weer op het vliegtuig naar Canada zetten (Via Parijs en Vancouver naar Kelowna). En dan koers ik op huis af via een paar tussenstopjes. Benieuwd hoeveel campers ik tegenkom. Op weg hier naar toe was het een continue witte stroom campers. De NKC (Nederlandse camperclub) meldt dat er in mei de meeste Nederlanders met de camper op weg gaan. Onderweg constateer ik met een schok dat ik zwaai naar campers. Het voelt als verraad aan Leo.. ;-). Wij hadden afgesproken dat het tamelijk achterlijk is om te zwaaien naar campers tenzij je in de woestijn rijdt en al 3 dagen geen ander mensch bent tegengekomen.  Maar ik zwak het wat af omdat ik alleen naar Rapido’s zwaai….  Verraad… ook omdat ik lid ben geworden van een camperclub. En ook omdat ik Spits een uitlooplijn heb gegeven. Omdat ik uien in de bonenschotel doe. Omdat ik elke dag op een camping sta….  Omdat ik plastic borden heb gekocht…. Maar het is maar even. Dan besef ik dat ik mijn eigen plan moet trekken. En ik kan er om lachen.

Ik denk natuurlijk vaak aan Leo. Ik denk aan de laatste jaren, de laatste maanden, de laatste uren en misschien nog het meest over de laatste momenten. Al jaren wisten we dat het moment zou komen. Maar je kunt je nooit een voorstelling maken van hoe het werkelijk zal gaan. Er blijven vragen. Wat was het moment dat Leo niet meer bij bewustzijn is geweest bijvoorbeeld? Wat zijn zijn laatste gedachten geweest? Had hij nog iets willen zeggen? Toen zijn huisarts is gekomen is er nog communicatie geweest tussen Leo en zijn huisarts dus hij heeft geweten dat die er was en daar had hij een immens vertrouwen in. Goddank.

Ik heb niets geschreven over Leo’s overlijden. Misschien omdat ik dat te “eigen” vind. En dat lijkt raar, omdat ik al die tijd wel alle wel en wee heb gedeeld. Het enige dat ik heb geschreven is dat hij niet is overleden na euthanasie.

Wat me rust geeft, is de gedachte dat Leo niet opzag tegen de dood. Hij zag het als een verlossing. Daar wil ik me aan vasthouden.

De temperatuur is opgelopen tot 30 graden. Er vallen een paar druppels maar de regen zet niet door.

De zon schijnt. De vogeltjes fluiten. De hop zegt hier geen “hop-hop-hop” maar “hop-hop” en volgens Els ‘op-op’ omdat de Fransen de h niet kunnen zeggen.

Inmiddels is het vrijdagmorgen. Bakker Hans is langsgeweest. Heerlijk geslapen. Maar vandaag gaat er anders uitzien dan gedacht. Gisterenavond zijn we toch met Spits even langs de dierenarts gegaan vanwege allerlei bulten die ook rood waren. Ik had eerder wat gevoeld en dacht aan insectenbeten maar ze werden groter..(zo groot als kwarteleitjes). Het blijken abcessen te zijn als gevolg van de stekels van planten. En we konden niet goed zien waar ze allemaal zaten. Het waren er diverse. Spits gaat nu vanmorgen terug en gaat dan even onder narcose. Dan gaat de dierenarts de abcessen leegzuigen en hem helemaal controleren op stekels. Hij zal dan her en der ook even geschoren worden.

Vanmiddag gaan we hem ophalen. Mon cherié. En dan ga ik hem voortaan alleen nog maar uitlaten op asfalt of gravel. O nee, dan krijgt-ie weer te hete pootjes.

Toch maar ’s op zoek naar een goudvis.